Log in
Seblog.nl

Blog

Waarom Spotify niet fijn is

Gister schreef ik een stukje waarin ik Spotify een kutapp noem. Dat verdient nuance. Bij dezen.

Het nare aan Spotify is dat er een vrij basale functie niet goed werkt. Eens in de zoveel tijd probeer ik het weer, maar het blijft er in zitten. En dan ga ik dus weer weg.

Het geval is: als je een album afspeelt komt het album in de afspeelwachtrij te staan. Daar kan je keurig netjes zien welke nummers je nog gaat horen. Als je tussen de nummers van het album door een ander nummer wil horen, kan je een nummer selecteren en voor 'toevoegen aan wachtrij' kiezen. Nadat je huidige nummer is afgelopen speelt hij dat nummer en dan gaat hij weer door met het album. Allemaal heel fijn en bloemetjes.


Maar stel dat je het album dat je aan het draaien bent niet af wil luisteren. Gewoon, als dit nummer is afgelopen, dan de rest niet meer. Dat gaat niet. Je kan wel de aan de wachtrij toegevoegde nummers (met een geel stipje ervoor) verwijderen, maar niet het album waaruit je aan het afspelen bent. Dat is de basis, die gaat nooit weg. Ik vind dat irritant.

Erger is het als je zoekt op iets. Als je dan een nummer aanklikt ga je afspelen vanuit die zoekopdracht. Zoek eens op 'summertime' (dat betekent lente of zoiets) en voor je het weet krijg je eindeloos hetzelfde nummer door diverse artisten, samen met andere nummers die toevallig ook 'summertime' in de titel hebben. Ik kan natuurlijk ook wel gewoon de muziek uitzetten, maar ik hou er niet van een nummer af te kappen als het eenmaal is begonnen.


Zet daar iTunes tegenover. Als je iets aan het afspelen bent kan je te allen tijde het venstertje met 'volgende nummers' openen, waarin je precies ziet wat er komt. Er zijn zelfs twee categorieën, eentje voor de nummers die je er tussendoor doet en eentje voor het album dat je aan het afspelen was. Bij beide staat een 'wis'-knop, heel overzichtelijk.

Ik hou van muziek, maar het moet wel uit kunnen als ik dat wil. O, en dat zwart is lelijk.

Commentaar bij een tweet: 'ik' in het Japans

Graag wil ik in dit weblogstukje wat kantekeningen plaatsen bij de tweet die ik gister verstuurde. Het is een beetje bla bla, want de tweet zelf is prima, maar er is altijd ruimte voor nuance (al is het misschien niet op Twitter), dus bij dezen. Maar voor ik met die nuances begin wil ik nog even kwijt dat ik totaal niet de persoon ben die mag praten over nuances bij verschillen tussen Japans en Nederlands, want ik spreek helemaal geen Japans. Ik heb wel Nederlands (en dus soort van Taalwetenschap-lite) gestudeerd en ik bedoel het goed, dus ik probeer het gewoon.


De tweet ging als volgt:

Interessant: Japanse kinderen leren pas in de 6e klas het teken '私'. Bij ons is 'ik' het allereerste wat we schrijven, een hele pagina vol.

Nou, aan de inhoud zelf valt volgens mij weinig te twijfelen. Het teken 「私」 zit in de set van kanji die in het zesde jaar aan Japanse scholieren worden onderwezen. En wat betreft de Nederlandse situatie: daar ben ik vrij zeker van, ik heb het zelf gedaan.

Het punt dat ik wilde maken is dat het teken voor 'ik' en het woord voor 'ik' in het Japans gewoon niet dezelfde waarde heeft als ons woord 'ik' en de bijbehorende tekens 'ik'.

In het Japans is het namelijk veel minder noodzakelijk om daadwerkelijk het woordje 'ik' te gebruiken. In het Nederlands (en enkele andere Noord-Europese talen, waarvan een toevallig een gooi doet naar het Wereldtaalschap) is het namelijk verplicht om een onderwerp in de zin uit te drukken.

In het Spaans is 'como' genoeg om te zeggen dat je eet, omdat de 'ik' al in de vervoeging van het werkwoord zit opgesloten. Sterker: 'Como.' is gewoon een complete zin in het Spaans. In het Nederlands en Engels kom je daar niet mee weg. (Of ja, 'Eet.' kan ook een zin zijn, maar dan is het een opdracht. Je snapt wat ik bedoel.)

Bij ons gaat het zo ver dat we zelfs als er totaal niemand in de buurt is die ook maar iets met het werkwoord van doen heeft, we tóch iets neer moeten zetten. Ik bedoel, neem nu 'Het regent.'. Wie is die 'het'? 'Regent.' is echt wel voldoende, maar ja, niet voor ons taalgevoel.


Zo anders is het dus in Japans. Daar schijnt het mogelijk te zijn om een gesprek te voeren als dit:

A: 元気?
B: 元気。

Je spreekt die tekens uit als 'genki', met de G van Google, en het betekent gezondheid. Het geheel betekent iets in de trant van 'Alles goed? - Ja, prima.', dat alles zonder ook maar een werkwoord, zonder een onderwerp, dus ook zonder 'ik'. Toegegeven, ook in mijn losse Nederlandse vertaling komt geen 'ik' voor, maar het gaat om het principe en dat principe werkt in heel de Japanse taal door: zodra je weet waar je het over hebt, hoef je het niet uit te spreken. Als iemand zomaar naar gezondheid vraagt, zal het wel over andermans gezondheid gaan, en als iemand het gewoon zegt, zal het wel over zijn eigen gezondheid gaan.

Enfin, op die manier heb je het woord 'ik' dus veel minder voor. (In het Japans kan je zelfs, als je wil, gewoon je eigen naam noemen als je het over jezelf hebt. Het wordt wel als kinderachtig ervaren, schijnt, maar het werkt wel. 'Elmo nieuwe schoenen.' Prima zin.)


Als tweede punt wilde ik nog aanhalen dat het teken 「私」 helemaal niet de enige manier is om 'watashi' te schrijven. (En daarmee verwijs ik even niet naar het feit dat het Japans ook nog allemaal andere woorden voor 'ik' heeft. Die kanji leren de kinders zelfs nog later pas.) Het punt is dat het Japans meerdere schriftsystemen heeft die ze door elkaar gebruiken. Als je het correcte teken voor 'watashi' nog niet weet, kan je het als 「わたし」 (wa-ta-shi) schrijven. Ook dat zal waarschijnlijk als kinderachtig worden ervaren, maar ja, ze zitten nog op school. Als je het echt nodig hebt is het tenminste wel voorhanden.


Nou ja, dit alles neemt natuurlijk niet weg dat wij nog steeds onze kinderen opvoeden door ze op dag één van groep 3 een velletje vol met 'ik' te laten schrijven. Het is iets om over na te denken.

Nieuw Seblog

Vandaag is mijn weblog 8 jaar geworden. Vandaar dat ik dacht: laat ik maar weer eens iets nieuws bouwen. Vanaf nu draait mijn weblog weer helemaal op eigen bouwsels, geen Wordpress of andere fancy CMS-systemen meer. En het ziet er gelijk anders uit ook.

Alles van vóór de verbouwing vind je hier.

In je oren

Gisteravond droeg ik een tekst voor bij de muzikale sneak preview-avond In je oren. Mijn tekst was een hint naar een van de zangers, kijk maar of je het kan raden.


Ik zit met Tim op het bruggetje. Het is al vier maanden uit, maar we zijn vrienden gebleven, dat wilde hij graag. We kijken naar het eilandje waar een eend de kant op wil, maar er niet op komt. Tim is stil. Ik ook. We zitten hier wel vaker en praten dan over de dingen waar we vroeger over praatten. Alleen nooit over ons samen, meer over anderen.

'Jij en ik hebben veel hetzelfde,' zegt ik. 'En we accepteren elkaar. Dat is fijn.' Tim blijft naar de eend kijken en knikt. Ik kijk naar hem, naar zijn mooie gezicht, de fijne lijnen. Ik maak mezelf wijs dat dit goed is zo, dat ik ook eigenlijk niets anders nodig heb dan af en toe naar hem te kijken.

'Ik moet je iets vertellen,' zegt hij, 'maar ik weet niet of je het wil horen.' Ik kijk weer naar het eiland, zoek naar de eend, maar zie hem nergens. Ik weet dat ik dit niet wil horen, ik had niets moeten zeggen. Toch zeg ik: 'Dat weet ik pas als je het vertelt.' Tim is even stil. Ik weet dat hij wil dat ik het hoor.

'Weet je nog dat we naar de Waterside gingen, maar jij niet kon?' Ik knik, ik lag thuis in bed. Ik voel dat ik daar nog lang spijt van ga hebben. 'Ik weet niet,' zegt Tim, 'maar ik heb daar een meisje ontmoet.' Inmiddels zie ik ook het eiland niet meer echt. Ik zie een meisje dat als een popster door de Waterside loopt. Ik wil dat Tim stopt met dit vertellen.

'Het is helemaal niet handig,' zegt Tim 'Je weet dat ik dat niet wil, maar ik was direct helemaal verliefd. We hebben al een paar keer afgesproken. Morgen zie ik haar weer.' Het voelt alsof er een kanonskogel naar mijn maag afdaalt, maar mijn hoofd is licht, als een veertje. Er fietst een man langs. Voor hem zijn we gewoon twee jongens die aan de waterkant zitten.

De cowboy

Vriend, dichter, programmeur en wetenschapper Wout Waanders organiseerde op het Wintertuinfestival een symposium over literaire festivals. Ik schreef er deze tekst bij.


In een theater hier niet ver vandaan had ik een tijdje een literair festival. Nu klinkt dat heel wat, maar zo moeilijk was het niet. Mijn zus schrijft namelijk poëzie en mijn buurman ook. In de zaal zaten dus steevast mijn moeder en de buurvrouw. Af en toe vertelde ik zelf een verhaaltje over een cowboy die ik Koeman noemde. Zo kwamen we de avond wel door.

Op een dag kwam de eigenaar van het theater op me af. Hij vroeg of ik zelf niet een cowboy was. Ik ontkende, wat kon ik anders. Hij had een papier bij zich en tekende daarop met een viltstift een kruis. 'Ik wil weten aan welke kant jij staat,' zei hij, en hij gaf me de viltstift. Ik koos voor de bovenkant. De eigenaar knikte.

Daarna begon het gezeur. Toen we op een maandagavond aan het repeteren waren kwam hij binnen met zijn viltstift. 'Opera,' zei hij, 'dat is pas kunst,' en wees op mijn zus. Hij zei dat hij haar teksten te incrowd vond, mijn publiek te smal. Mijn buurvrouw was alles behalve smal, maar dat kon ik natuurlijk niet zeggen waar de buurman bij was.

De eigenaar programmeerde steeds vaker opera, zodat er geen plaats meer was voor mijn festival. Waar hij die soepjurken vandaan haalde zou ik ook niet weten. En dan die muziek. Ik vond er niets aan.

Later begreep ik dat de buurvrouw ook in het complot zat, dat ze al jaren stiekem onder de douche zong. De buurman zat voortaan dus braaf in het publiek, maar ik heb mijn moeder met klem verzocht niet te gaan. Ik geloof dat ze wel een keer stiekem geweest is, dus voor de zekerheid speelde ik ieder weekend backgammon met haar.

Daarna ging het bergafwaarts met het theater. De eigenaar heeft het moeten verkopen. Ik geloof dat hij ook nog een museum voor Mississippiboten heeft gehad. Stiekem was hij zelf de cowboy.

Ilyas

Voor het schrijversgenootschap 'De Voorheen Lege Bladzijde' schreef ik als gastschrijver een verhaal bij het thema 'heilige'.

Het was de tweede keer dat ik bij Ilyas op bezoek ging, dat ik zijn vader zag spelen. Hij zat met drie andere mannen aan de tafel om een soort koffer.

Ilyas hield me er vandaan. ‘Laten we naar boven gaan,’ zei hij. Ik knikte en keek naar de mannen. Ilyas’ vader zat tegenover een een man met een snor. De man had net met twee dobbelstenen in de koffer gegooid, Ilyas’ vader keek moeilijk. Ilyas deed een stap richting de deur. Ik bleef staan.

Een van de mannen die toekeek riep iets wat ik niet verstond. Ilyas’ vader zuchtte, gebaarde dat hij het wist. De man lachte. De man met de snor schoof wat in de koffer, terwijl de anderen knikten.

Ik deed een stap naar voren om beter te zien wat er op tafel gebeurde. De koffer lag vol met rode en gele schijven die in groepjes op rode en gele punten lagen. Verder leek er niet echt een systeem in te zitten. Ilyas’ vader gooide de dobbelstenen in de koffer. Een twee en een zes. De mannen keken bedenkelijk. Ilyas’ vader verschoof twee rode stenen, legde een gele in het midden op de rand van de koffer en pakte de dobbelstenen weer. Hij had zijn handen nog niet uit de koffer of de andere man gooide twee andere dobbelstenen de koffer in.

Ilyas kwam naast me staan, keek ook naar de koffer. Een van de mannen keek op en keek naar ons. ‘Ah, jongen,’ zei hij tegen mij, ‘speel je ook?’ Ik schudde mijn hoofd terwijl de andere man de gele steen op de rand omruilde voor een rode. Ilyas’ vader gooide weer. Twee vieren. ‘Dit spelen ze altijd op zondag,’ zegt Ilyas zacht achter me. ‘Het heet backgammon.’ Ik geloof dat ik er wel al eens van gehoord had.

‘Dat is wel even wat anders dan die spelletjes van tegenwoordig, hè?’ zei de man. ‘Dit is al eeuwen oud.’ Ik knikte maar. ‘Sommige mensen vergelijken het met schaken,’ zei Ilyas’ vader. ‘Maar schaken is zo stijf. Dit is een racespel, dit gaat om geluk en tactiek.’ Hij glom erbij. ‘Dit gaat over je vertrouwen in God en het vertrouwen dat God in jou heeft.’ Met kracht gooide hij zijn dobbelstenen de koffer in. Een drie en een twee.

Terwijl zijn vader stenen verschoof trok Ilyas me mee naar de gang. Boven speelden we een kaartspel met monsters. De volgende ochtend op school vertelde Ilyas dat zijn vader had verloren die avond. God had er toch niet genoeg vertrouwen in gehad.

Groene bak

Gisteravond schreef ik à la Nico Dijkshoorn live een lollige tekst bij een discussie. Het was heel spannend. We reden in een bus naar een afvalscheidingsinstallatie en na een paar rondjes over het terrein barstte de discussie over afvalscheiding los in de bezoekersruimte. (De 'ontvangstruimte' verwees naar de plek waar ze afval binnen krijgen, bleek.) Hieronder staat de tekst die ik live schreef.


Het is woensdag, dus de groene bak moet naar buiten. Albert trekt zijn schoenen aan en loopt naar de achterdeur. De hond spitst zijn oren. De bak door het huis is het hoogtepunt van de week. Of anders wel het schoonspuiten van de bak, vanavond als hij leeg is. Spelen met water, het einde.

Albert doet de deur open en de hond springt op. In dit huishouden wordt het afval gescheiden. De groene bak is geen noviteit, papier en glas deden ze ook al een beetje, maar sinds kort scheiden ze plastic. Ergens in de bijkeuken staat een krat voor blik. De groene kant van zijn vrouw, vertelt ze op feestjes, maar Albert weet beter.

Het is allemaal begonnen met de afvalcoach. Op een zekere dinsdagavond belde hij aan. Het was een vlotte jongen met vuilniszakkenzwart haar. Hij had zo'n mapje van de gemeentelijke afvalscheider en een vlot praatje. Albert was de vaatwasser maar gaan inruimen. Zijn vrouw ging met koffie en de jongen op de bank zitten, druk babbelend over rotzooi.

De hond blaft. Albert trekt de groene bak de keuken in. Als het ooit zo ver mocht komen dat hij dit huis moet verlaten, neemt hij een huis met een achterom. En zonder hond. De groene bak piept door de gang.

'Cradle to cradle,' zei de vlotte jongen de volgende week op hun bank. 'Dat wil zeggen dat je uit een weggegooid product weer opnieuw hetzelfde product maakt. Maar ja, je hebt wel altijd vervuiling. Zolang er luiers bij het afval zitten mogen we het plastic niet voor voedingsverpakkingen gebruiken. Vandaar moet je scheiden.' Vuil is vuil, dacht Albert in de keuken, en als een baby zijn eigen uitwerpselen weer tot zich neemt, kan je dat toch ook zien als cradle to cradle.

Zijn vrouw nam alles klakkeloos over. 'Eigenlijk is ons plastic scheiden nog niet genoeg,' zei ze belerend toen Albert weer eens een verpakking bij het restafval had gegooid. 'Er zijn politiepolenen en politiekolenen, die kunnen absoluut niet met elkaar overweg, maar wij gooien ze wel gewoon in dezelfde bak.' Ze keek er heel ernstig bij.

Albert doet de voordeur open. Wat hem betreft kan alles gewoon in één bak. Hij duwt de groene bak de voortuin in. De hond blaft weer. Ze moeten gewoon van zijn vrouw afblijven.

Dönerjongen

Seb in de Döner Company op het station.

KLANT

Een lahmacun.


DÖNERJONGEN

Wat?


KLANT

Een lahmacun.


DÖNERJONGEN

Dat hebben we niet...


KLANT

Dat is een Turkse pizza.


DÖNERJONGEN

Turkse pizza dan? Met sla?


KLANT

Ja, een lahmacun dus.


DÖNERJONGEN

Wat bedoel je?


KLANT

Doe maar die met sla ja.


DÖNERJONGEN

Turkse pizza met sla.


Klant betaalt en gaat ergens zitten. Dönerjongen stopt onhandig een pizza in het oventje.

SEB

Hoi! Een broodje falafel alsjeblieft.


DÖNERJONGEN

Falafél? Met kalf of met kip.


SEB

Uhm, falafel? Dat is...


DÖNERJONGEN

O, ja, sorry, natuurlijk!


Dönerjongen drukt op een knopje op de kassa: "1 DöNERMEN. KAL 6,40".

SEB

Nee, ik wilde graag een los broodje falafel.


DÖNERJONGEN

Ah ja... Ehh. (Tegen het kettinggordijntje.) Hé, waar staat de falafél?


SEB

(Leest op zijn kop mee.) Deze hier.


DÖNERJONGEN

Ja, sorry, ik ben nieuw hier.


Dus: ik kan altijd nog proberen bij de Döner Company te solliciteren. Alles bij?

Brave nieuwe boeken

Afgelopen vrijdag kondigde Bol.com een samenwerking aan met Mijnbestseller.nl en Singel Uitgevers. Het idee is simpel: iedereen kan zijn eigen boek uitgeven via de nieuwe site Brave New Books. Ik citeer de stappen: schrijven, uploaden, opmaken, publiceren, verkopen. Het schrijven doe je zelf, het uploaden, opmaken en publiceren kan via de bestaande software van Mijnbestseller.nl en het verkopen gaat uiteraard via Bol.com. Singel Uitgevers komt om de hoek kijken bij de redactie en promotie van de boeken. Dat zit niet in het standaardpakket, maar je kan ervoor betalen.

Door de bombarie waarmee de samenwerking gelanceerd is, ontstond er gelijk ophef. Mijn broertje stuurde me de link op Facebook, met als bijschrift 'Ondergang?'. Mijn antwoord was: 'Ondergang van wie...?' Op het eerste gezicht lijkt het alsof iedereen nu zijn boek kan uitgeven en dat uitgeverijen in één klap overbodig zijn. Dat is niet het geval, eigenlijk, en het concept bestaat ook al een tijdje.

'Zelf' professioneel uitgeven

'Nu zelf professioneel uitgeven', staat er op de site, en eerlijk gezegd vind ik dat niet helemaal eerlijk. Wie 'zelf' uitgeeft, geeft nou eenmaal niet 'professioneel' uit, tenzij diegene zelf professioneel is. De doelgroep van Brave New Books is dat niet, want anders hadden ze die hele site niet nodig. Waar Brave New Books op doelt, is dat mensen zelf boeken uit kunnen geven en daarbij gebruik kunnen maken van professionele diensten, waar ze normaal geen toegang toe hebben. Bol.com's distributienetwerk, bijvoorbeeld, is professioneel. Singel Uitgevers' redactiediensten zijn ook professioneel, maar als zij je boek redigeren, waar zit dan het gedeelte 'zelf' nog in?

Het 'zelf' in 'zelf uitgeven' betekent in dit geval zelf het risico dragen. Een uitgeverij heeft diverse functies in de totstandkoming van een boek. Het echte produceren van het boek, wat de drukker doet, is door de nieuwe print-on-demand-technieken een fluitje van een cent geworden (of in elk geval maar van enkele euro's). De uitgeverij voert ook redactie over een boek, ik kom straks terug op het belang hiervan. Tot slot investeert een uitgeverij tijd en geld in een boek.

Geld investeren is risico nemen. Een boek op de markt brengen kan iedereen, maar om het geld dat dat kost weer terug te krijgen zullen mensen het moeten kopen. Zie daar de handel, het risico en dus het ondernemerschap. Uitgeverijen brengen het liefst goede boeken op de markt, want mensen kopen liever een goed boek. Niet elk boek dat wordt geschreven is goed, het merendeel van de zelfgepubliceerde boeken komt niet verder dan de vriendenkring van de schrijver. Daar kan een uitgeverij in zijn huidige vorm niet op draaien, maar een bedrijf als Mijnbestseller.nl wél, dankzij de lage kosten van print-on-demand en de mogelijkheid om online te bestellen. Een traditionele uitgever mikt op een groter publiek.

Redactie en selectie

Redactie blijft nodig. Elk boek heeft redactie nodig, geen enkele grote schrijver schrijft alleen. De reden is dat je als schrijver blinde vlekken hebt. Jij weet al waar je verhaal heen gaat, de lezer nog niet. Een redacteur is een professionele lezer die je wijst op de gaten die je laat vallen, en op al die andere fouten die je kan maken. Een schrijver is niet groot als hij zonder redacteur kan, een schrijver is groot als hij zijn redacteur begrijpt.

Selectie is ook nodig. Niet elk boek is voor heel Nederland interessant. Wat voor de vriendenkring van de schrijver een heel mooi boek kan zijn, kan volledig de plank misslaan bij iemand die niet weet in welke context het geschreven is. De traditionele uitgever mikt op een groter publiek, dus moet ook een groter publiek het boek interessant vinden. Dat hoeft niet heel Nederland te zijn, maar toch op zijn minst een redelijke groep mensen.

Omdat de traditionele uitgeverijen selecteren, is het voor niet iedereen weggelegd om een professioneel boek uit te geven. Ze hebben simpelweg geen toegang tot de professionele diensten van redactie, distributie en promotie. Dáár verandert Brave New Books wat aan.

Brave New Books

De stap die Brave New Books zet, is dat ze het 'aloude' principe van de print-on-demand-uitgeverij combineren met de echte professionele redactie- en distributiediensten van Singel Uitgevers en Bol.com. Er zijn al heel veel plaatsen waar je via print-on-demand je eigen boek kan uitgeven en ook daar wordt redactie aangeboden. Het verschil hier is dat Singel Uitgevers (Querido, Nijgh & Van Ditmar, Atheneum) en Bol.com grote namen zijn op het gebied van respectievelijk redactie en distrubutie.

Het verschil tussen een traditionele uitgeverij en deze nieuwe manier van uitgeven, is dat de investering niet vanuit de uitgeverij komt, maar vanuit de auteur. De auteur betaalt zijn redacteur en neemt zelf het risico voor als het boek niets wordt. Sommige auteurs hebben daardoor nog steeds geen toegang tot de professionele diensten. Toch: als ze echt goed zijn kunnen ze het altijd alsnog proberen bij een traditionele uitgeverij, die wel zelf investeert.

Dus, nee, dit is niet de ondergang van de uitgeverij, zeker niet die van Singel Uitgevers. De vraag is wie het geld investeert, de schrijver of de uitgever. Die vraag wordt overigens ook gesteld bij de aanvraag van een schrijfbeurs bij het Letterenfonds. Als de auteur zelf investeert, krijgt hij geen subsidie. Volgens mij gaat er helemaal niemand ten onder, behalve dan misschien de amateur-auteur.

Papier vergaat niet

Het is zo'n tijd waarin veel dingen ten onder gaan. De cd bijvoorbeeld, die is niet meer, officieel niet althans. De videoband is wel echt totaal uit het zicht verdwenen, je vindt hem hooguit nog op rommelmarkten of achterin een kast van je moeder. Terwijl al die oude informatiedragers verdwijnen, schrijven mensen ook vast de bestaande dragers af: de dvd, die heeft zijn langste tijd wel gehad, en het boek? Saai. Koop maar vast een e-reader.

Nou heb ik wel vaker geschreven over de komst van de digitale boeken. Ik wil niet in herhaling vallen, maar ik word gewoon zo droevig van die digitale wijsneusjes die al zeker weten dat papier het niet gaat halen en die je dan een beetje met medelijden aankijken als je zegt dat je nog wel in het boek geloofd. Opeens snap ik hoe christenen zich moeten voelen in deze tijd.

In het algemeen: wat voor toekomstvisies ik ook ontwikkel, steeds merk ik dat alles anders loopt dan je denkt. Een eerste date, een verjaardag, het loopt toch anders dan gepland. Nou zijn er in de 'wel papier/geen papier'-discussie maar twee opties, maar als je de toekomstige situatie van het boek wat uitgebreider gaat voorspellen, zijn er opeens zo veel mogelijkheden dat het onwaarschijnlijk wordt dat jouw verhaal precies is zoals het gaat lopen.

Geen alomvattende redenering waarom papier blijft, dus. Geen mooie verhaaltjes (die ik stiekem wel graag vertel) over dat ik denk dat de slechte romans, de bestsellers en de bouquetreeks als eerste op digitaal overgaan, maar dat de Literatuur altijd wel op papier zal blijven, omdat je daar van moet houden. (Ik kan me nu bijvoorbeeld ook indenken dat papier zo ingebakken is in het wezen van de bouquetreeks, en dat de bouquetreeks zo succesvol is, dat mogelijk het laatste papieren boek op aarde uit de bouquetreeks komt.)

Maar, gezeur, de redenering die ik hier wilde neerzetten is als volgt. Als ik mijn muziek als mp3 luister, en de stroom valt uit, dan kan ik geen muziek meer luisteren. Als ik films kijk op dvd of via internet hetzelfde. Ook als ik ebooks lees: geen stroom, geen vermaak. Het verschil is, als de stroom uitvalt heb ik niets aan mijn mp3, maar ook niet aan mijn cd en mijn cassettebandje: ik zal terug moeten naar de draaiorgel. Ook bij film maakt het allemaal bar weinig uit: video kapt er ook gewoon mee. Maar het boek? Het boek gaat gewoon door, als je even een kaarsje aansteekt.

Het is niet alles, maar het is een verschil.

Het nieuwe lezen

Afgelopen vrijdag was ik bij Literaturfest in De Rode Hoed (net als tout literair-interessant doend Amsterdam). Als ik een stukje begin met de titel 'Het nieuwe lezen' en daarna naar Literaturfest verwijs, denk je al gauw te weten welke kant het op gaat: men leest niet meer.

Voor wie Literaturfest niet kent: het is een avond waarop boeken worden besproken, zoals ze zelf graag zeggen 'niet gehinderd door enige kennis'. Het zijn drie jongens, plus drie gasten en drie boeken. Op het podium steeds één boek, één gast en twee jongens. Dan hebben ze elke keer ook nog Bas Heijne als vaste gast, maar goed, voor de ins en outs moet je zelf maar eens gaan kijken in de Rode Hoed, het is toch gratis.

Soms wordt vóór de bespreking de vraag wie het gelezen heeft het publiek in geslingerd. Een kwart van de zaal is veel, hoewel de boeken van te voren bekend en dus leesbaar zijn. Toch gaat het me helemaal niet om het punt dat mensen zich liever laten vertellen óver het boek (in films, avondjes, recensies en De Wereld Draait Door) dan dat ze het zelf lezen. Elke gids loopt het gevaar dat mensen het hele ding niet meer willen doorgronden omdat ze het al denken te kennen. Zelf krijg ik altijd zin om de besproken boeken (die ik zelf ook nooit van te voren heb gelezen) achteraf aan te schaffen en te lezen. Bij een paar heb ik het al gedaan.

Nee, het punt dat ik wil maken gaat over één van de boeken die vrijdag werd besproken. Het gaat om De naam van de roos van Umberto Eco (nog niet gelezen) uit 1980. Dergelijke boeken, zei Maarten Schinkel, worden niet meer gelezen omdat ze te moeilijk zijn. Er zit een tweede, derde en zelfs vierde laag bij die de lezer van tegenwoordig niet meer ziet, of waarvan de lezer niet de moeite wil nemen om tot die laag door te dringen door het boek drie keer te herlezen. Ze komen de eerste 100 pagina's maar met moeite door.

Maar, zei hij er ook bij, dingen die wij nu makkelijk wegtikken kon men vroeger absoluut niet aan. Een serie als The Game of Thrones (nee, niet gelezen) is enorm ingewikkeld: er lopen op een bepaald moment negen verhaallijnen door elkaar. Ze lazen vroeger misschien wel dikkere boeken, met meer literaire gelaagdheid, maar van al die verhaallijnen zouden ze gek worden.

Ik vind het een interessante kwestie, de overgang van literaire gelaagdheid naar verhaallijnenbrei. De vraag is dus: waar halen we onze intellectuele uitdaging vandaan? Als jullie me nu willen excuseren, ik ga een dik boek lezen om het gelaagde lezen weer te leren.

Dingen uit Warszawa

1.

Het hostel blijkt op de derde verdieping van een kantoorgebouw te zitten. Als we laat terugkomen moeten we een kaartje van hostel laten zien aan de portier.

Vreemd geld verhoogt het buitenlandgevoel. Ik geef mezelf een budget van 50 Poolse gevallen per dag, dat is 12 euro. Maar als je kijkt wat je ervan kan kopen is het zo'n 20 euro waard.

2.

Het wordt langzaam donker in de gemeenschappelijke ruimte, eerder dan in Nederland, omdat we hier verder naar het oosten zitten, maar wel dezelfde tijdzone hebben.

De Poolse vrouw in het supermarktje eet een ijsje tussen de klanten door. En dan het woordloze theater als ik een briefje van 50 z?oty geef, terwijl ik maar 5 z?oty moet betalen.

3.

De tv roept een paar keer 'radost' terwijl hij een auto laat zien. De Pool die ernaar kijkt snurkt.

Rituelen

_De mens is een triest zoogdier dat zich kamt_ – César Vallejo

1.

Het is zonnig dus ik besluit met mijn centrumfiets naar het centrum terug te fietsen. Hij staat in de Bijlmer omdat ik uit ben geweest en er 's nachts geen metro's rijden. Het is acht kilometer naar het centrum, te doen voor midden in de nacht en lekker voor een fietstochtje met mooi weer.

We waren uit op het Leidseplein. Dat was niet mijn keuze, maar de internationale studenten van de master New Media gingen erheen. De hele week waren we in de weer geweest met een project voor het vak The Digital Book. Het was wonderlijk: waar we zeven weken als twee fronten tegenover elkaar zaten – New Media en Redacteur/editor – leerden we elkaar in de achtste week echt kennen. Het gevolg was een 'borrel' (dat woord hadden ze in hun Engels opgenomen) die eindigde op het Leidseplein.

Het feest begon nogal hipster, werd daarna iets mainstreamer maar bleef over het algemeen best hip. Ik weet ook niet of dat allemaal de goede termen zijn, het punt is dat ik me niet tot de doelgroep van de avond telde. Maar de muziek was fijn, dus het werd alsnog laat. Laat genoeg om vandaag terug te fietsen naar het centrum.

2.

De fietstocht uit de Bijlmer begint droevig: je moet eerst door Duivendrecht. Ik heb niets tegen Duivendrecht, maar ik ben altijd blij als ik er doorheen ben. Daarna is het een mooie tocht, langs de Weespertrekvaart naar station Amstel en vanaf daar verder over de Weesperzijde. Langzaam zie je de stad groeien en dichter worden.

Als je dichter bij het centrum komt, kom je langs Carré en de Hermitage. Maar niet vandaag: de Hermitage is hermetisch afgesloten. Er zijn hekken en er varen politieboten over de Amstel. Om de politiehaag heen zijn bruggen afgezet met geel lint. 'Do not frighten President Putin,' staat erop, 'keep this area human rights free,' met verder teksten als 'critical journalists not allowed' en 'no gay propaganda beyond this point'. Ik kijk ernaar en maak foto's.

Honderd meter verder fiets ik langs het stadhuis van Amsterdam. Op een rijtje hangen daar de vlag van Europa, de vlag van Nederland, de vlag van Amsterdam en de regenboogvlag.

3.

De centrumfiets staat altijd op Nieuwmarkt. Dat is een prettig metrostation als basis, om van daaruit het centrum te befietsen. Ik voel een bepaalde verbondenheid met de Nieuwmarkt die ik niet goed kan verklaren. Misschien is het omdat ik er bijna een kamer had, misschien is het omdat Nijmegen via het Latijnse Novio Magus ook Nieuwmarkt heet.

Nieuwmarkt en de Zeedijk staan bekend als het middelpunt van de Chinatown van Amsterdam. Ik kom hier voor eetstokjes. Vorig weekend was ik in Eindhoven bij N. en T. We gingen uit eten in het echte Chinese restaurant tegenover het station. Vergeet de bami en de foe yong hai, om ons heen zaten alleen echte Chinezen aan tafel. Voor ons lagen eetstokjes van plastic op een porseleinen balkje. Dat balkje, dacht ik terwijl ik at, dat is beschaving.

De week ervoor las ik Rituelen van Cees Nooteboom. In het tweede deel van dat boek – het intermezzo niet meegerekend – voert een jongen een Japanse theeceremonie uit. Het staat tegenover de Katholieke rituelen uit het eerste deel, waar de hoofdpersoon Inni in thuis is (zij het niet van harte, uiteraard). Maar niet alleen Inni, ook de jongen is, ondanks zijn kundige studie, niet écht thuis in de ceremonie. Zijn Indisch-Westerse roots stroken niet met de Japanse roots die hij zichzelf aanmeet. Het is zijn traditie niet.

4.

Met plastic eetstokjes en vier porseleinen balkjes in mijn tas sta ik in een roepende en joelende menigte. Overal zijn regenboogvlaggen en op het podium staat een travestiet in een zwaar overdreven traditioneel Russische jurk. Ik hoor 'Poetin go home-o' door flarden Lady Gaga.

Aan de overkant van het water dineert Poetin in het Scheepvaartmuseum. 'Jullie kijken allemaal naar mij,' roept een zangeres op het podium, 'maar jullie moeten daarheen roepen.' Ze wijst naar het voormalige Zeemagazijn, de onneembare vesting. 'Zodat het bestek daar aan de overkant trilt op tafel,' heeft de voorzitter van COC Nederland zegt. Mensen juichen en roepen.

Stipt om acht uur eindigt de demonstratie op het podium. Zo lang duurde de vergunning. Er schuift een dj-tafel naar voren en er begint een feest – voor zover het niet al een feest was. Ik maak oogcontact met jongens en voel me vies, gebruik te maken van de situatie. Na een tijdje sta ik traditiegetrouw tegen een muur. Ik besluit te gaan.

5.

Bij de Albert Heijn op Waterlooplein zie ik nog veel homo's, zelfs zo ver van de demonstratie nog. Dat, of mijn gaydar is op hol geslagen door de drukte van daarvoor. Maar de demonstratie helpt me wel een beetje: er lopen jongens rond met regenboogvlaggetjes op hun wang. Hadden ze dat altijd maar.

Op mijn telefoon zoek ik een recept voor mapo tofu, het bekendste tofugerecht uit de Sichuan keuken. Er moet een soort peper in die ze waarschijnlijk wel hadden in de Chinese supermarkt van eerder, maar niet in de Albert Heijn. Ik neem een Indische boemboe met dezelfde kleur en zoek er tofu bij.

Buiten hangt een slinger geel afzetlint voor Poetin. Het is aan één kant losgerukt en wappert in de wind. Ik blijf even staan en twijfel. Ja, denk ik, en ik pak het wapperende uiteinde en scheur een stuk af, 'indepentent lawyers keep out'. Naast me staat opeens een vrouw. 'Waarom neemt u meneer?' 'Dit was al zo,' verweer ik mezelf. 'Maar waarom néémt u meneer?' Ik steek een hand op en loop weg.

6.

Ik denk na in de metro. Waarom neem ik? Om te bewaren voor later. De opruimingsdienst gaat het toch weggooien en ik wil graag een stukje hebben. Maar waarom neem ik? Ik kan de herinnering ook in mijn hoofd bewaren, of opschrijven. Waarom neem ik? Moet ik per se eetstokjes met een porseleinen balkje hebben? Het is niet mijn traditie.

Er komen twee jongens van mijn leeftijd tegenover me zitten. Ze dragen zwarte kleren. Mijn oog valt op hun naambordje. De kerk van Jezus Christus, staat erop, van de heiligen der laatste dagen. Ik kijk snel uit het raam. We rijden langs station Amstel. 'Zie je die toren?' vraagt Elder Sumter aan de ander, 'die kan je vanuit heel Amsterdam zien. Als je ergens bent en je ziet die toren, dan weet je waar Amstel is. Een soort kompas.' Elder Cockbain knikt.

Elder Sumters telefoon gaat. Zoals net tegen Elder Cockbain praat hij half Nederlands, half Engels. Als hij ophangt komt een derde jongen kijken. 'Ze zitten in Zaandam,' zegt Elder Sumter. Ze hebben de bus gepakt, maar hadden beter de trein kunnen nemen. 'Het maakt niet uit,' zegt Elder Sumter, 'ze komen wel thuis.' Als ik uitstap gaat Elder Farmer op mijn plek zitten. Ze komen wel thuis.

WriteNow!-column: Winnen of verliezen?

Dat was 'm dan alweer, mijn columnreeks voor WriteNow!.


De deadline voor Write Now! is verstreken en dat betekent dat dit alweer mijn laatste column is. Er breekt een spannende periode aan voor iedereen die heeft ingezonden: het wachten op de prijsuitreiking. Zou je wat gewonnen hebben?

Er zijn een paar mogelijkheden. Een van die mogelijkheden is dat je de eerste prijs hebt gewonnen. Hoera, 250 euro aan boekenbonnen en heel veel likes op Facebook (er wel even zelf opzetten dat je gewonnen hebt). Ook met plek twee en drie mag je blij zijn, want ook daarbij zijn er boekenbonnen en likes. En wie weet sta je dan alsnog in de finale, als je een wildcard wint.

De kans is veel groter dat je niet wint, helaas. Bij elke wedstrijd zijn er nou eenmaal meer verliezers dan winnaars, daarom is het winnen nou juist zo leuk. Maar: als je nu verliest betekent dat niet dat je niet kan schrijven. Het kan nog helemaal goed met je komen. Een anekdote uit eigen doos.

In 2007 schreef ik een verhaal over een man die al jaren een locker in het Gemeentemuseum in Den Haag had. Gewoon, euro erin en de sleutel meenemen. Wat hij daar precies bewaarde is me even ontgaan, maar op de bewuste dag van het verhaal was de locker leeg. Volledig van de kaart wandelt hij de deur uit. In de laatste alinea loopt hij opeens onder een tram, maar wordt tóch niet geraakt. Einde verhaal.

Ik dacht dat jaar écht dat ik zou winnen met dat verhaal. Ik weet niet precies hoe ik me dat in mijn hoofd haalde. Het zullen de aanmoedigingen van mijn docent Nederlands wel zijn geweest (die dit verhaal overigens niet gelezen had).

Vol goede moed ging ik naar de uitreiking in Leiden. Ik kwam de zaal binnen en zag daar allemaal andere mensen zitten. Ik dacht: als ik win, hebben zij niet gewonnen. Hm, niet winnen. Toen eenmaal het juryrapport werd voorgelezen, begonnen ze met een eervolle vermelding. En dat was het moment dat ik dacht: wacht, het kan ook best zijn dat ik helemaal niets win. En inderdaad: nummer drie was ik niet, nummer twee was ik niet en – alsjeblieft, alsjeblieft – nee, ook nummer één was ik niet.

Teleurgesteld ging ik weer naar huis, helemaal klaar met alles. Ik heb er een paar jaar niet door geschreven, wat niet echt de goede reactie was. Gelukkig ben ik uiteindelijk weer begonnen met schrijven toen ik Nederlands ging studeren. Ik zag Write Now! weer langskomen en dacht: misschien moet ik het nog eens proberen. Tot mijn verbazing won ik in 2010 de derde prijs in Gouda. Winnen doe je kennelijk als je het niet verwacht.

Maar ja, verwachten. Het jaar erop stuurde ik in naar Den Haag. Ik zou bijna zeggen: omdat ik iets verwachtte te winnen won ik niets. Achteraf gezien was mijn tekst ook niet heel goed. Maar het was goed: als je denkt dat je er al bent, is het goed om op je bek te gaan, dan merk je dat je nog helemaal nergens bent en dat je er gewoon hard voor moet werken.

En met hard doorwerken won ik uiteindelijk vorig jaar in Nijmegen de eerste prijs. De moraal van het verhaal? Dat je gewoon door moet blijven schrijven en hard moet werken. Niets is moeilijk voor hen die willen, maar je moet wel doorzetten.

Bij de verdwijning van het boek als object

In het begin van de geschiedenis van het boek, was het boek en de tekst één ding. Wie een kopie van een bepaalde tekst wilde ging met het origineel naar een kopiist, die hem voor je overschreef. De eigenaar van het boek was de eigenaar van de tekst. De drager en de inhoud liepen naadloos in elkaar over.

Met de uitvinding van de drukpers veranderde die verhouding. Omdat er veel exemplaren van één boek werden gedrukt, werd een boek minder een uniek object. Dat veroorzaakte een splitsing van inhoud en drager: meerdere mensen konden hetzelfde boek gelezen hebben, maar toch fysiek andere boeken in de kast hebben staan.

Door de scheiding van inhoud en drager kwam er ook een scheiding in het eigendom: de drager is eigendom van de lezer die het boek gekocht heeft, de inhoud ervan is eigendom van de auteur en later de uitgever. (In het begin waren er alleen drukkers en auteurs, de uitgever kwam wat later.)

Toen kwam de digitale wereld. In de digitale wereld is het boek als object afgeschaft: alleen de inhoud is nog over, de drager is vervangen door een apparaat om op te lezen. Voor de handel in boeken is dat lastig: niet langer verkoop je het fysieke ding, maar puur de inhoud ervan. En die pure inhoud is door anderen makkelijk te verspreiden zonder tussenkomst van de uitgever.

Het gevolg is dat uitgevers en soortgelijke bedrijven op zoek gaan naar een eigen baai in de grote zee van het internet. Amazon is zo'n baai, waarin men boeken kan kopen en lezen, en Kindle is hun schip. Op de Kindle kan je alleen boeken van Amazon lezen en digitale boeken van Amazon zijn alleen te lezen op een Kindle. Door de duidelijk afgebakende baai kan Amazon beter in de gaten houden waar de boeken heen drijven en ze zo nodig terughalen.

Want dat kan Amazon: toen een uitgeverij bezwaar maakte tegen het verspreiden van een bepaald boek via de Kindle, verwijderde Amazon niet alleen het boek uit de winkel, maar ook van alle apparaten waar het boek al op stond.

Waar in de Middeleeuwen het bezit van het boek al vrijwel gelijk stond aan het bezit van de tekst, is in het digitale tijdperk het bezit van het boek volledig weg. Het boek is een dienst voor het apparaat dat we kopen, we bezitten er helemaal niets meer van.

We hebben het papier nog.

Seblog zeven jaar

door [Wut](http://www.facebook.com/Wutandewegphotography)

WriteNow!-column: Komen tot een verhaal

Hier alweer de voorlaatste aflevering van mijn column op de site van WriteNow!.


Het is lastig om te beginnen met schrijven. Tenminste, dat vind ik. Soms heb ik tijd en zin om te schrijven, maar dan heb ik geen idee waar het over moet gaan. Ik schrijf dan een beetje onzin op, denken op papier, of ik schrijf helemaal niets en zit al heel snel op Facebook. Het is niet makkelijk.

Maar zo kan het ook opeens andersom zijn: je hebt helemaal geen tijd om te schrijven, maar je hebt zo'n fijn idee dat je wel móét gaan typen, anders is het weg en zit je weer naar die knipperende cursor te kijken. Veel mensen noemen dat moment 'inspiratie', maar echt, als je erop gaat zitten wachten komt het nooit.

Handiger is om het begin een beetje te forceren. Met een eerste zin is de tweede zin al makkelijker. Wat ik zelf vaak moet doen, is mijn innerlijke redacteur uitschakelen. Ik ben heel kritisch op wat ik schrijf. Dat is een goede eigenschap, maar als je je eerste zin al afkeurt voor je een tweede hebt, krijg je nooit een verhaal af. Als het huis eenmaal staat kan je, met een beetje voorzichtigheid, best de eerste steen eruit peuteren zonder dat het huis instort. Maar je hebt die eerste steen wel nodig.

Wat mij ook helpt is om af en toe op papier te typen. Bij de kringloopwinkel heb ik een ouderwetse typemachine gekocht (maar dan wel een hele hippe oranje-rode), waarop ik soms beginnetjes maak. Het voordeel is dat je die eerste steen dan niet weg kan halen, je moet gewoon verder gaan. Bij het overtypen op de computer kan je er altijd nog wat anders van maken, maar dan heb je tenminste iets.

Maar ook als je verder bent kan het nog wel eens tegenzitten. Je hebt je huis en je bent niet tevreden, maar je durft er niet in te gaan hakken, want dan stort het in en ben je al je werk kwijt. Daar heeft de computer gelukkig een hele handige functie voor: kopieer je bestand, zet er een 2 achter en ga met een gerust hart slopen. Ik heb soms wel vijf versies van een verhaal, gewoon omdat het voelt als opnieuw beginnen zonder leeg papier, en dat voelt fijn.

Een laatste vastloper voor mij is vaak de naam van mijn personage. Ik wil dat die goed is. In een kort verhaal is een personage vaak niet meer dan zijn naam, dus moet die ook wel goed gekozen zijn. Gelukkig zijn er meer mensen op zoek naar namen: er zijn talloze sites voor jonge moeders en vaders die op zoek zijn naar een naam voor hun kind. Zelf ben ik erg fan van Apartebabynamen.nl, omdat je daar grafiekjes kan zien met populariteit door de jaren heen. Als ik wil dat mijn personage 22 is, kan ik even opzoeken of de naam geloofwaardig is voor zijn geboortejaar.

Het zijn die kleine dingen waarmee je jezelf over de streep trekt om verder te gaan aan je tekst. En ze zijn ook heel persoonlijk. Maar misschien heb je er iets aan. Het gaat er tenslotte om dat je een tekst wil schrijven.

WriteNow!-column: De toekomst van de schrijver

En daar is weer een WriteNow!-column! Als je hem hier leest klopt de verwijzing in de eerste alinea beter.


Op mijn eigen weblog ben ik begonnen met 'de maand van het digitale boek'. Het idee is simpel: de hele maand schrijf ik stukjes over de digitalisering van het boek, om zo antwoord te vinden op de vraag waar het boek naartoe gaat. Om een beetje in het thema te blijven schrijf ik hier een stukje over de toekomst van de schrijver.

Want waar droom jij eigenlijk van, als jonge schrijver? Wil jij je debuut op een e-reader presenteren, of heb je liever dat het op papier staat? Moet het een vuistdikke roman zijn, of schrijf je liever een verzameling literaire tweets bij elkaar?

De toekomst van de schrijver is onzeker. Vaak hoor je dat er sprake is van ontlezing: steeds minder mensen lezen boeken, steeds meer hangen voor de tv, de computer of anderszins. Maar aan de andere kant hoor je ook mensen zeggen dat literatuur 'hot' is. Om het nog meer te relativeren: hoeveel mensen lazen er vroeger? En lezen we juist niet meer door de komst van het internet? Het is een beetje lastig om er de vinger op te leggen.

Literatuur is dus hot, zegt men, maar wat vooral hot is, zijn de literaire avondjes. Lekker bier drinken met een schrijver, dat staat interessant. Dat niemand het boek gelezen heeft, laten we voor het gemak even achterwege. Daar kan je sceptisch over doen, maar bedenk: het is wel een belangrijke bron van inkomsten voor veel auteurs.

Vooral voor dichters: je mag blij zijn als alle 500 exemplaren van je eerste bundel worden verkocht, maar met 10% royalty's en een winkelprijs van 19 euro heb je dan maar 950 euro verdiend. Je hebt meestal niet elke maand een bundel (als je dat wel doet kopen ook minder mensen hem, vrees ik), dus ervan leven is lastig. Daarom is het ook zo fijn als je voor zo'n avondje voorlezen 250 euro ontvangt. En je kan dat best een paar keer per maand doen. Om Buwalda te citeren: 'er is altijd wel ergens in Nederland een groep mensen die op een schrijver zit te wachten.'

Dus, moeten we dan maar ophouden met schrijven voor het lezen en alleen nog maar voordragen? Nee, zo werkt het helaas ook weer niet. Je bent pas een schrijver als je een boek hebt, anders komt er niemand naar je literaire avond. En het liefst kom dat boek ook uit bij een erkende uitgeverij. Wel zonde van al dat ongebruikte papier in die boekenkast misschien, maar zo werkt het.

Digiboek voor leken

Omdat we nog aan het begin van de maand zitten hoeven mijn stukjes nog niet zo diepgravend te zijn, vind ik. Vandaag daarom eerst maar eens een korte schets van de digitale mogelijkheden voor boeken. Deels tipte ik het zondag al in het Engels aan, maar een uitgebreider overzicht in het Nederlands lijkt me wel welkom.

Zoals met alle digitale formaten heb je een apparaat nodig om e-books tot je te nemen. Bij muziek heb je aan de welbekende mp3 an sich helemaal niets; je zal er toch echt een computer, mp3-speler of fancy cd-speler voor nodig hebben. Zo werkt het ook bij digitale boeken, hoewel fabrikanten van digitale boeken vaak doen geloven dat je geen ePubs kan openen op je pc. De programma's daarvoor zijn inderdaad wat zeldzamer, maar als je het met Adobe Digital Editions probeert zal het je wel lukken.

Het eerste formaat is dus al genoemd: de ePub. Een ePub is eigenlijk niets meer dan een verzameling HTML-bestanden in een zip-compressie. Een offline website in een digitaal pakje dus. Je kan niet echt alles doen met een ePub wat je ook met HTML kan doen, want je hebt bijvoorbeeld geen muis op een e-reader, maar in basis werkt het hetzelfde. ePub is hard bezig om een standaard te worden (als het dat al niet is) en wordt geprezen omdat het een formaat is dat zich goed kan aanpassen aan het apparaat waarop het wordt afgespeeld. Een e-book in ePub formaat heeft een lettergrote die door de gebruiker zelf wordt ingesteld. Dat, en het feit dat elke e-reader een andere schermgrote heeft, maakt dat een ePub-boek geen vast aantal pagina's heeft. Die flexibiliteit gaat ten koste van opmaakmogelijkheden, waardoor het formaat vrijwel ongeschikt is voor poëzie. Maar voor romans en andere lappen tekst is ePub een goede oplossing. Er kunnen zelfs plaatjes in.

Wie graag de macht houdt over de opmaak van zijn e-book kan terecht bij PDF. PDF is een formaat dat door drukkers en vormgevers wordt gebruikt omdat het er op elk apparaat hetzelfde uitziet. Een PDF is een soort digitale afdruk: het is zo onveranderlijk als een papieren printje (tenzij je diep in de buidel tast voor goede software). Het voordeel van PDF is dus dat je precies weet op welke plaats je regel wordt afgebroken, hoe groot je pagina is, welk lettertype er wordt gebruikt, hoeveel pagina's je bestand heeft; allemaal zaken die je bij ePub niet hebt. Het nadeel is weer dat PDF's niet goed te lezen zijn op apparaten met kleine schermpjes: je moet dan veel inzoomen en heen en weer schuiven.

Boeken(- en internet)gigant Amazon heeft een eigen formaat e-books die je alleen op hun Kindle kan afspelen. En andersom: de Kindle is de enige e-reader waar je geen ePubs op af kan spelen. Het is een poging om piraterij (die veel gebruik maakt van ePub) tegen te gaan, maar tegelijkertijd ook om een volledig gecontroleerde omgeving te creëren. Er zijn gevallen bekend waar Amazon boeken van apparaten van klanten verwijderde omdat de uitgeverij het boek niet meer wilde verkopen. (Stel voor: "dingdong, goedemorgen, wij zijn van Selexyz en volgens ons systeem heeft u X van Y in de kast staan, mogen wij die terug?" of nee erger: X van Y verdwijnt gewoon uit je boekenkast zonder enig bericht.)

Als je écht helemaal los wil gaan met alle functies van de tablet, kan je een app van je e-book maken. Let wel: een app werkt niet op alle platformen: wat je voor iOS bouwt, draait niet op Android en ook Windows is weer een ander verhaal. Bovendien zijn er talloze e-readers met zwartwit-schermen waar je de app wel kan vergeten. Deze onverlichte schermen kunnen zichzelf niet snel genoeg verversen om de toeters en bellen die je graag in een app zou willen stoppen aan te kunnen. Een ander nadeel van dit soort e-books is dat ze heel erg duur zijn om te produceren en zeker in Nederland is het lastig om binnen één platform genoeg kopers te vinden. Anthos probeert het zoals zondag gezegd dapper, met Alles ruikt naar chocola van Sidney Volmer en Gelukkig zijn we machteloos van Ivo Victoria, maar zelf zie ik er niet de toekomst in. Misschien meer daarover later.

Er bestaan nog talloze andere e-bookformaten, maar dit zijn wel de meest gebruikte.

Is HTML the solution for digital reading?

_Zoals gezegd komen er drie Engelse blogposts op Seblog. Ze horen bij het vak The Digital Book en zijn ook op dit weblog te lezen._

As you may have noticed, we live in quite an interesting time regarding publishing. As the digital revolution evolves, new publishing forms are coming up. At this point we can not yet say which format we will be using for publishing over ten or twenty years. New publishing formats are rising as well: in search for new standards, every format has a chance of becoming it.

At this moment, ePub is doing a great job in becoming the standard for e-books. Other types of publishing, such as journalism, are more likely to use HTML websites and mobile apps. A Dutch example of a news medium that uses a native app is the television broadcaster NOS. NOS uses an app for both Android and iOS, which provides a list of recent articles, as well as video's, that are also published on their website. Another example is the Dutch newspaper NRC, who launched the iPad-only app NRC Reader. In this app subscribed users get eight articles a day from the original newspaper, that aren't published on the NRC website.

But apps are also used for more bookish publications. A few Dutch publishers have experimented with publishing novels as e-books in app-format. Examples of these are Alles ruikt naar chocola by Sidney Volmer and Gelukkig zijn we machteloos by Ivo Victoria, both published for iPad by Anthos. Those apps contain the text of the paper novel, as well as movies of the authors reading the text and other extra's like music files that where mentioned in the novel and short stories that aren't in the paper version.

But is it really necessary to create a native app to publish these novels? Not for the novel itself. The given examples are enriched with extra's to make use of the unique capabilities of the tablet, but those remain extra's: they don't belong to the text itself. Publisher Jason Pontin says that native apps are not necessary for publishing text. By running a game or a service like Facebook, one wants to take advantage of the device's CPU in order to render the service. But in case of text and photo's, sometimes with a movie, the web browser does a great job. Thus, HTML is the future of publishing, Pontin says among others.

The advantage of HTML is that it's not tethered to any service, like Amazon's Kindle-formats. Also, HTML is already a standard: almost all devices can read it. By leaving the pages on a web server, it's also easy to have your content up to date. An ePub, once downloaded, can not be automatically updated. In some environments, such as Apple's iBook Store, the reading application takes care of the updates in ePub: when there is a new file, the application will download it right away. Many e-readers, however, have not such an option.

But that last point isn't really the problem of ePub, it's the problem of connectivity. A HTML file can also be loaded onto a device that is not connected to the internet. For keeping your HTML files up to date you still need that connection to the server. The only difference is that we're used to HTML as a format that is downloaded for just one reading session. In a world with always connected devices and everlasting bandwidth, HTML reading could be an option, but unfortunately that's not the case right now.

Another problem of a server connected reading model, is that the publisher should keep the files of the publication up to date, at all time. An advantage of HTML is that you can style your publications yourself, but the styling has to be kept up to date, so that it matches todays aesthetic and technical standards. A reader reading an old book, will forgive the publisher on style, since he has no options to update it. A HTML page, however, can be updated and so it has to.

The paper book is a very fixed form, as Florian Cramer points out. You can always pick up and read it: the technology to access a paper book will never be outdated, it is just there. In that way, it stands opposite to the web, where every page is created when asked for and therefore changes a lot. Thus HTML, as part of the web, is not really a useful format for preserving texts, as the electronic equivalent of a book. For texts that we want to preserve we should take another format with less maintenance work.

An offline HTML file could also be used for preserving data, but for that purpose, ePub is a more efficient format. The ePub-format contains very clean HTML, in a very basic way that does not require much maintenance. Also, the compression of ePub makes it a better choice for offline storage and reading.

So, let's use online HTML for reading the e-news and ePub for reading the e-books.

De maand van het digitale boek

Oké, misschien is dit niet hét moment om hiermee te binnen (op het moment van schrijven is het elf uur 's avonds op een vrijdag), maar ik heb een plan. De maand maart is hier op Seblog de maand van het digitale boek. Pam pam. Jawel, het digitale boek.

Het idee is als volgt: de komende maand schroef ik mijn blogproductie op. Ik ga een beetje openbaar nadenken over de voors en tegens van de digitalisering van het boek en af en toe gooi ik er zelfs wat keiharde theorie doorheen die ik verzamel bij het beeldschone vak The Digital Book, dat ik nu volg voor mijn master Redacteur/editor. Voor dat vak moet ik drie Engelse stukken schrijven voor een blog met de veelzeggende naam 'Masters of Media'. Dan zijn de eerste drie posts voor de maand van het digitale boek al binnen, want ik plaats ze natuurlijk ook gewoon op Seblog.

Nu deze aankondiging is gemaakt ga ik nog even een geinig bolletje knutselen om het allemaal wat kracht bij te zetten. Een lijst van mogelijke onderwerpen ligt al klaar. Het is nog nét 1 maart, dus ik zeg: laat het beginnen.

Meer laden