Log in
✊🏿
Seblog.nl

Seblog.nl

Let’s talk about ‘de’ and ‘het’

Speakers of Dutch may ignore this post. Learners of Dutch might be interested.

I offered Henrique to answer questions about Dutch, because I like learning languages myself, and know a bit about it, since it’s my native language and I’ve studied it. In the past I wanted to start a learning resource for it, but I figured I can just start on my own site first.

The first question is about ‘de’ and ‘het’, the two articles in Dutch. They can be confusing. And I hate to break it: I can clear some of the confusion, but they will always be hard to learn.

Genders as groups of nouns

Articles are weird things. Dutch has two, English has one, French and Spanish also have two, but German even has three. In French and Spanish, la is considered to be feminine, and le/el is considered to be masculine. One might ask: which one is masculine in Dutch, de or het? Unfortunately, the answer is that de is both masculine and feminine.

If we look at German, we have der, die and das. Here, der is masculine, die is feminine and das is neither. In the same way in Dutch: de is der and die combined, and het is das. We call it ‘onzijdig’, having no side.

I have never really understood the whole masculine/feminine thing. There is nothing masculine in the words itself. It is just that we have divided our nouns into groups (sometimes two groups, sometimes three or even more). We then let other words ‘react’ to these groups, which helps understanding the sentence if it contains a lot of words. Over time, linguists have put labels on these groups of words, and they used ‘masculine’ and ‘feminine’ to denote them, but they could have been ‘red’ and ‘green’ too.

When learning another language, these labels actually don’t make sense. Some words that are masculine in one language, end up feminine in the other. The same for German and Dutch: a word being das in German probably has a higher chance of being a het-word in Dutch, but there are no guarantees at all. (This is why I never dare to speak German, although I can understand it when written or spoken slowly.)

Is it ‘de’ or is it ‘het’?

Spanish has this nice rule where a lot of nouns end in either an -a or an -o sound. There are endings in German that will predict the gender of a word too. They are not really relyable though, and for Dutch, I don’t know of such rules. To be honest: you just have to ‘hear’ it.

This is the most horrible advise Dutch people will give with regards to de and het: I just hear it. There is nothing in the words itself that gives away why it will ‘sound good’. What Dutch people mean, is that they always hear a certain word – like ‘hond’ (dog) or ‘paard’ (horse) – in combination with a certain article (‘de hond’, ‘het paard’). We hear it so often, that we get used to it.

If I would have to give an advice for learning it: repeat the words. Hearing the combinations ‘de hond’ and ‘het paard’ often, make the connection. Try to feel that it ‘sounds good’ to hear ‘het dorp’ and ‘een bruin paard’. There is nothing more to it.

But I hope this helps: most words are de-words, but among common words, there are a lot of het-words. Said differently: try to focus on the het-words, for there are a lot of common words among them. Once you know a lot of common words, chances are that this new word you don’t know yet is just a de-word.

The one exception to all of this, are diminutive words, on which I might blog later. If it ends with -tje, -pje, -kje or -je in general, it’s probably a ‘verkleinwoordje’, and thus a het-word. So: ‘de hond’, ‘het hondje’; ‘het paard’, ‘het paardje’; ‘de piano’, ‘het pianootje’. If it got small, turned into a het-word.

The changing contexts

Earlier I said that other words ‘react’ to the gender of the noun. German has a reputation for this, and luckily Dutch lost almost all of it’s conjugations in this part. Except for one: sometimes, the ending -e gets lost for het-words. Let me give you some examples:

  • De hond is bruin. De bruine hond.
    The dog is brown. The brown dog.
  • Het paard is wit. Het witte paard.
    The horse is white. The white horse.
  • Een hond is grappig. Een grappige hond.
    A dog is funny. A funny dog.
  • Een paard is kalm. Een kalm paard.
    A horse is calm. A calm horse.

Note that in the last example, there is no extra -e on the adjective. This has nothing to do with the word ‘kalm’, but everything to do with the combination of ‘een’ and the het-word ‘paard’. In the context of een, the extra -e disappears for het-words, just to mess with you. (The difference between de/het and een is exactly the same as the and a/an in English.)

To add examples:

  • De kalme hond.
  • Een grappig paard.
  • Een wit paard.
  • Een bruin schaap. Het bruine schaap.
  • Een rode hond. De rode hond.
  • Een rood hondje. Het rode hondje.

Here, also, I would say that the only way out is to try and ‘feel’ that it ‘sounds good’ this way. But with these rules, you can at least find the other form that should ‘sound good’ based on the one pair you know that ‘sounds good’.

Hope this helps. I promise, Swedish is worse when it comes to nouns.

‪De corona-test is een makkie.‬

‪Ik was verkouden, vermoedde dat het hooikoorts was, maar heb me toch laten testen. Tweemaal drie seconden onprettig, maar nooit pijnlijk. De foto’s en de angst vooraf zijn erger dan de test zelf.‬

‪Laat je testen als je klachten hebt. Meten is weten.‬

An evening with: Nina Simone

Ik keek op mijn zondagavond de tragische documentaire What happened, miss Simone? op Netflix, over dus het leven van Nina Simone. Er zijn een paar dingen die me opvielen.

Allereerst dus de tragiek van haar leven. Ze wilde de eerste zwarte klassiek pianiste worden, maar daar was in die tijd geen plek voor. Ze werkte in clubs en speelde andere stijlen, en werd verteld dat als ze werk wilde houden, ze erbij moest gaan zingen, dus dat deed ze. Daarmee bouwde ze een naam op, de naam Nina Simone, die trouwens niet echt haar naam was, uit angst dat haar moeder erachter kwam.

Ze speelde een actieve rol in de Civil Rights Movement, waar ze min of meer door geobsedeerd raakte. Haar boekingen liepen terug, omdat haar concerten steeds meer en meer uit alleen maar de politieke boodschap bestond. Haar activisme haalde haar carrière naar beneden, al zou je ook kunnen zeggen dat de wereld haar naar beneden haalde omdat die haar boodschap niet wilde horen.

Er volgde een periode van rondzwerven door Afrika en Europa, waarbij ze uiteindelijk in Nijmegen terecht kwam. Gewoon hier de stad waar ik woon, mijn oren klapperden er een beetje van. Dat was het keerpunt en daarna kwam ze met (psychische) hulp weer een beetje op de been en speelde ze weer concerten.

De een van de dingen die me verbaasden was dus dat ze in Nijmegen heeft gewoond. Het blijkt een appartement naast het Belvoir Hotel te zijn (dan kon ze daar zwemmen), dus niet per se een hippe plek met veel binding met de stad, maar toch.

Daarnaast blijkt er dus een land in Afrika te liggen, Liberia, dat gesticht is door voormalige Amerikaanse slaafgemaakten (de vlag is de Amerikaanse maar dan met één ster). Daarnaast ligt het land Sierra Leone, ook gesticht door voormalige slaafgemaakten, maar niet specifiek door Amerikaanse. Ze behoren nu tot de armste landen ter wereld.

Deze feiten verbazen me, maar nog meer verbaas ik me over het feit dat Liberia als sprookjesland klonk en ik oprecht nog nooit van gehoord had. In een pubquiz had ik ‘onwaar’ geantwoord. Ik vind het schokkend dat ik zo weinig van Afrika weet, vooral omdat ik dankzij een lichte informatie-verslaving best veel weet van landen in de wereld. Blinde vlek.

Dan tot slot, en dit is gevaarlijk terrein, iets over het uiterlijk van Nina Simone, vooral in de latere fragmenten. Hoe ouder mensen worden, hoe meer mannen en vrouwen op elkaar gaan lijken. Nina Simone had dit ook, door gebrek aan make-up misschien ook, en door haar zeer korte haar. Laat ik het maar gewoon zeggen: ik zag een zwarte man voor de piano staan.

Het was een mooie reminder dat, waarschijnlijk, vrijwel elke vrouw er als een man uit zou zien, als zij haar haar zou millimeteren en geen make-up zou doen. Het liet zo heel mooi zien hoe gender inderdaad een construct is, een serie afspraken over uiterlijkheden waar we gewend aan zijn.

Genoeg om over na te denken dus, en een aanrader ook wel, die documentaire. Dan ga ik nu op zoek naar een opgenomen concert.

Edit: Het is deze geworden. Ik publiceer ook te snel, na publicatie bedacht ik me dat ik nog dieper in wilde gaan op mentale gezondheid en strijden voor gelijke rechten. Dat komt later nog eens dan, als ik er dieper over nagedacht heb.

Doen alsof ik Keti Koti ken

Ik heb alweer even niets meer gepost over het onderwerp, maar de afgelopen weken ben ik nog steeds veel aan het lezen over hedendaags racisme en ons slavernijverleden. In het begin schreef ik daar wat meer over, maar naar mate je meer leest, merk je beter hoeveel je eigenlijk nog niet weet over het onderwerp. Het gaat vrij diep.

Voorheen zei ik nog dingen als ‘ik heb in de Bijlmer gewoond’, alsof ik daarmee alles van dit onderwerp wist. Ja, ik wist dat er elk jaar een festival werd georganiseerd, maar pas zeer recent kan ik Kwaku en Keti Koti uit elkaar houden. Ja, ik kwam wel eens in de World of Food, maar iets anders dan McDonalds en een pizza heb ik er nooit gegeten. Ja, ik kwam wel eens op het Anton de Komplein, maar vooral afremmend met fiets om daarna de Albert Heijn in te duiken.

Inmiddels weet ik dat De Kom de auteur is van Wij slaven van Suriname, dat klaar ligt op de leesstapel nu Hallo witte mensen uit is. Ik doe mijn best om achterstand in te halen, maar voel me tussendoor ook een volstrekt nutteloze boekenlezer op de bank. Gaat dit probleem zich echt oplossen als ik me door alle links op Withuiswerk.nl heen heb gewerkt?

Het is fijn om het gevoel te hebben vorderingen te maken. Iemand vroeg me wat ik dan vond van Sylvana Simons, of ik haar niet ook irritant vond. Nee, irritant is nooit het woord geweest, maar helemaal begrepen heb ik haar vast ook niet altijd. Maar, van de week keek ik een documentaire die haar volgt tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van Amsterdam in 2018. Halverwege is een vrij lang fragment waarin ze in discussie is met een witte man. Mijn gevoel van vorderingen maken zit erin dat ik voor alle waarschijnlijk irritante dingen die ze tegen hem zei, klappend op de bank zat: yes, precies dat.

Om toch even te expliciteren: Sylvana Simons, witte mannen, institutioneel racisme, ons slavernijverleden, discriminatie, Anton de Kom en de eetstandjes bij World of Food… dat zijn allemaal totaal andere dingen. Dat is wat ik bedoel, dat het vrij diep gaat. Er is hier zo’n enorme weggestopte wereld, die allemaal ook Nederland is.

Het is ook gek hoe ontzettend gepolariseerd er op dit moment met deze wereld om wordt gegaan. Kennelijk is het heel ‘links’ om je oprecht af te vragen wat Keti Koti is en hoe je je tot slavernij verhoudt. Om gewoon te luisteren naar wat mensen vertellen over hun ervaringen in hun eigen land, te erkennen dat ook niet-witte mensen recht hebben op een goede relatie met de politie.

Ergens heeft ‘rechts’ gelijk. Hoe meer ik me verdiep in het ongemak van de slavernij, hoe ongemakkelijker ik juist ‘de Nederlandse trots’ vind. Hoe harder zij roepen dat Nederland zo geweldig is, hoe minder ik er bij hoef te horen.

Tuurlijk, ik wil best trots zijn op Nederland, maar dan met inachtneming van de nuances die dat met zich meebrengt. Ik ben en voel me niet verantwoordelijk voor de slavernij die mogelijke voorouders hebben gepleegd. Ik ben en voel me wel verantwoordelijk om de overblijfselen die we nu nog zien op te heffen.

Dus, zelfs al was ik vorig jaar nog volstrekt onbekend met deze dag, of misschien juist ook wel daarom: het lijkt me een goed idee om van Keti Koti een nationale feestdag met herdenking te maken.

Ik was gisteravond twee minuten stil met een livestream uit Rotterdam. De twee minuten deden me denken aan die andere twee minuten uit mei, waar we ook stilstaan bij vrijheid. Ook de huidige generatie Duitsers valt weinig aan te merken over hun rol in de jaren 40. Ook bij Keti Koti zijn verhalen te vertellen over het verzet. Er zijn in beide gevallen paralellen te maken naar de huidige tijd. Het lijkt me niet meer dan logisch dat we hier eens per jaar bij stil staan, met voordrachten en stilte, en daarna dan feest vieren over wat nu kan.

Gezien de staat van het debat zijn we nog wel een paar jaar van dat punt af, maar ik zet het alvast in mijn agenda om volgend jaar vrij te vragen.

Tot slot een incompleet lijstje van dingen die ik tot me nam, omdat er zo veel te vertellen valt, maar ook al verteld is:

Bekend van de sauna: hogere luchtvochtigheid voelt heter aan. Waarom zette ik dan vanochtend de wasmachine aan? Nu hangt de was hier in de woonkamer te walmen.

Mobiel blijven tijdens corona, en daarna

We zitten nu drie maanden en een week in De Situatie. Als je er niet teveel op let merk je het niet eens meer. Straten zijn vol, terrassen zijn vol, mensen zitten weer gewoon bij elkaar in het park. Als je goed kijkt zit er anderhalve meter tussen, maar als je beter kijkt soms ook niet.

Zelf ga ik weer anderhalve dag in de week op de fiets naar kantoor, omdat ik anders aan letterlijk grenzend gek werd. De eerste keer was op 3 juni, en achteraf bedacht ik me dat dat de eerste keer in net iets minder dan drie maanden was dat ik langer dan 3 uur niet thuis was geweest.

Daarna ging het harder, inmiddels heb ik meerdere van die dagen gehad, waarin ik toch redelijk veel mensen zie en langere periodes niet thuis ben. Ik kom nu dus zelfs weer met enige regelmaat in het centrum van Nijmegen.

De gekste dag was misschien wel vorige week zaterdag, toen ik eerst met 15 mensen die ik nog niet kende in een lokaal gezeten heb om de Wegenverkeerswet te leren, en daarna aansloot bij een parkfeestje van een jarige vriend. Alsof er niets aan de hand was, los van de ruimte tussen alle personen.

In een straal van 10 kilometer

Eén van die dingen die nog steeds staat, is dat ik mij nog altijd niet buiten een straal van 10 kilometer rond mijn huis heb verplaatst. Komende donderdag is het magische moment, omdat ik dan in Arnhem moet zijn om iets te regelen voor mijn rijbewijs. Daarmee heb ik dan eindelijk een essentiële reis te pakken.

Want dat is het devies momenteel: het OV is alleen voor essentiële reizen. Wij zijn in Nederland niet opgesloten geweest in onze huizen, maar een deel van ons is wel opgesloten in onze eigen woonplaats, min of meer.

Voor mij betekent dat dus dat mijn drie opties zijn om te wandelen, te gaan hardlopen, of om op de fiets te gaan. En dan doe ik het met die straal van 10 kilometer naar omstandigheden nog best aardig.

Ik weet dat er in vorige eeuwen mensen waren die hun hele leven nauwelijks buiten zo’n straal kwamen, maar voor mij is dit niet normaal en hoewel het went wil ik ook liever niet dat het normaal blijft.

In de auto dan maar

Ik hintte er al een paar keer naar: ik ben zodra het weer mocht in een lesauto gestapt. Mensen die het met me over auto’s hebben gehad zal dat verbazen. Ik ben nogal een fan van het OV en de fiets, heb altijd geroepen dat ik geen auto nodig heb en heb zelfs een beetje radicale anti-auto-ideeën verkondigd.

Een paar jaar terug las ik bij De Correspondent het woord ‘treinfietser’. Het artikel waar het in stond legde uit dat een groot deel van het Nederlandse verkeer zo kon worden benoemd, terwijl we daar voorheen alleen de losse woorden ‘fietser’ en ‘treinreiziger’ voor hadden. Die twee losse woorden verwezen ook naar twee losse groepen. Door de treinfietser een naam te geven, kon hij door de statistiek en politiek worden gezien.

Maar los daarvan identificeerde ik me direct met dit woord. Eenmaal in de lesauto gestapt, legde ik ook direct uit dat ik een ‘door De Situatie in de auto geduwde treinfietser’ ben. Ik zeg dat nog steeds met trots, zo van: het is niet mijn idee.

Ik moet zeggen: het heeft ook wel wat. Na de eerste doodsangst van ‘wow we gaan 50’ en ‘zeker weten, 70?’ wen je aan de snelheid en is het net een spel. Ik betrapte mezelf erop dat ik het eigenlijk best leuk vond om random rondjes door Nijmegen te rijden zonder doel. Ik bedacht me ook direct dat er mensen zijn die dat doen, als tijdverdrijf.

Ergens ben ik wel blij dat mijn ruzie met de koppeling de boel nog een beetje relativeert.

Het recht van de snelste

In de kantine van de rijopleiding, wachtend op de instructeur voor de Theoriedag, las ik opzichtig het boek Het recht van de snelste van Thalia Verkade en Marco te Brömmelstroet (de fietsprofessor). Het was mijn poging om te laten zien: ik ben hier wel maar niet vrijwillig. Inmiddels heb ik het boek uit.

Dankzij dit boek ontdek ik dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is dat we overal die fietspaden hebben liggen. Daar is hard voor gestreden. Dat ik vrienden en familie aan twee zijden van het land heb, en toch 30 jaar geen rijbewijs nodig heb, is een luxe die zeldzaam is.

Ook wijst het boek op de vrij dominante positie van de auto in onze publieke ruimte, ook in Nederland. Hoeveel vierkante kilometers asfalt er wordt neergelegd, vaak ook puur het parkeren van auto’s. En ook hoe gek het is dat we het normaal vinden dat er zoveel slachtoffers bij vallen, en daarbij in berichtgeving steeds het slachtoffer de schuld geven (‘het kind keek niet uit’) en de auto als ding zien (‘busje schept voetganger’), en zo de dader (of ongewenst medeplichtige) uit beeld houden. Het is heel erg het lezen waard. Ik heb gehuild.

Maar nu dus De Situatie

Ergens komt het boek ongelukkig uit, zoals veel dingen momenteel ongelukkig uit komen. In Parijs schijnt de fietser door De Situatie helemaal in opkomst te zijn. Met steeds grotere aantallen veroveren ze de stad, filmpjes van auto’s die zich ongewenst voelen komen voorbij op Twitter.

Maar tegelijkertijd kan ik hier in Nijmegen dus niet naar Leiden, Den Haag of Amsterdam, omdat ik nu een reden moet hebben om in de trein te mogen zitten. De auto, als rijdende privé-ruimte, kan wel gebruik blijven maken van de publieke ruimte en zo het land oversteken.

Mijn intentie is om iets met een deelauto te gaan doen, beginnend met GreenWheels, want die staat om de hoek. Een auto bezitten gaat me veel te ver. Het is goed, voor mezelf, om met een rijbewijs extra mobiliteitsopties te creëren. Van de vier broers heeft alleen een partner een rijbewijs, en die heeft ook al tijden niet gereden. Wie neemt het stuur van mijn ouders over? Het voelt alsof ik die plicht heb, iemand in onze familie moet het doen.

Maar toch heb ik het er moeilijk mee, zeker ook na het boek. Meedoen is stemmen vóór het gebruik van levensgevaarlijke machines, grote bakken metaal die we op hoge snelheid door onze publieke ruimte drijven, waarvan we grote delen vrij maken van obstakels en waardoor iedereen overal moet opletten.

Mijn doel is niet dat rijexamen halen. Mijn doel is leren om op een veilige en milieu-bewuste manier deel te nemen aan het verkeer als automobilist. Het is gek dat we dat alleen aan de poort reguleren: kijk alle straatjes in, binnen-buiten-naast-richting, breed kijken. Zodra je door de poort bent wordt je alleen nog bijgestuurd met een paar snelheidscontroles en als je daadwerkelijk iets of iemand geraakt hebt.

En hierna

Maar het boek laat ook zien dat – hoewel veel op de automatische piloot gaat en het moeilijk is tegen de stroom in te roeien – het wel helpt om je druk te maken over dingen. Ik weet nog niet precies waar ik moet beginnen, maar ook als ik een rijbewijs heb kan ik tegen auto’s in steden blijven. De Situatie zal overgaan en dan komt de treinfietser terug. Ik ben ook vegetariër, ik weet hoe ik mezelf het comfort van meestromen met de massa kan ontzeggen.

En wie weet duurt mijn ruzie met de koppeling wel langer dan de zoektocht naar het vaccin. Donderdag in elk geval met reden naar Arnhem, met de trein.

Meer laden