Log in
Welkom op Seblog, het weblog van Sebastiaan Andeweg. Ik ben een schrijver en nerd uit Nijmegen. Ik ben ook te vinden op Twitter, Instagram en nu en dan op LinkedIn. Als ik code schrijf staat dat op Github en als ik rondjes ren staat dat op Strava. Ik zit stiekem ook weer op Facebook na 2,5 jaar weg te zijn geweest.

Teksten

🙈

De foto die Mike likete lokt je dieper de hashtag #gayboy in.

Zowel #gayguy als #gaylove hebben geen recente fotostream. De stream is geblokkeerd door herhaald misbruik, je moet het doen met de gefilterde favorieten. Je tikt naar andere, obscuurdere hashtags door. #gaycute, #gayfollow, #boiboner. Je blijft een tijdje hangen bij @lookgayboysx tot je Grindr opent.

De jongen die je net aansprak vraagt om ‘pics’. Je kijkt naar zijn profielfoto, hij is 21. Je stuurt de foto die je vorige week nam, en bijna de foto van op het station. Toch ook die ander? Je laat het hier even bij en gaat weer naar het overzicht.

Je scrollt heen en weer, maar ziet steeds dezelfde foto’s. Je filtert op leeftijd, tot 27. ‘Hee,’ zeg je tegen een leuke. ‘Hee,’ zeg je tegen een ander. ‘Cute,’ tegen een onbereikbare van 18. Nieuw bericht. 32, dus je kijkt door. ‘Top of bttm?’ stuur je in een dood gesprek, terwijl je die jongen alleen had aangesproken omdat hij een ⬆️ op zijn profiel had staan.

Dan is Bram online. ‘Buurman!’ roep je, want de ‘Hee’ en ‘Hoest?’ van vorige week staan nog onbeantwoord in het scherm. Tijden terug hebben jullie wat gedaan. Het was zo’n wat zou je doen als-gesprek en de inzet was voor zijn deur staan, dus daar stond je. Je liet je te gemakkelijk neuken, denk je. ‘Tussen ons wordt het nooit meer gewoon,’ stuurde hij toen je hem later zijn nummer vroeg.

Het is stil. Je denkt dat je een nieuwe profielfoto nodig hebt. Je scrollt door je recente selfies, tot ze te oud zijn, en scrollt terug. Je opent de camera, maar je bent lelijk vandaag. Toch die oude foto terug dan?

Je gaat weer naar Instagram en tikt door via #gaytwink naar #gaycute. Je vindt het profiel van @gays.sexualities, die foto’s van anderen plaatst. Kennelijk deel je zijn smaak, want het zijn goede foto’s. Je scrollt en tikt, leest dan het onderschrift ‘I need to start working out like honestly if I want a bf’. Je scrollt een paar foto’s terug en leest ‘Boys make me so happy and so sad :(’ en ‘Wish I had more confidence I hate that I find it sexy but can't act it myself :/’

Met een zucht ga je terug naar Grindr.

Nieuw bericht. Het is Marcel en je weet dat hij geil is, maar je weet het niet. Het kan altijd nog. Ook jullie deden ooit wat, een tijd geleden, maar meer omdat je die avond niets anders kon vinden. ‘Hoe is het?’ stuur je, want het gesprek hoeft niet dood. Je scrollt weer door de hoofden en torso’s op zoek naar nieuwe jongens.

De jongen van 21 wil nu body pics. Je stuurt die ene in je boxer. ‘🍑🍆💦’, stuurt de jongen terug. Dat ziet er veelbelovend uit, denk je. ‘Lkkr,’ typ je, en je vraagt je af hoe je verder moet gaan. Maar dan schuift het scherm weg: hij heeft je geblockt.

Je lockt je telefoon en legt hem naast je neer. Je zucht, staat dan op en loopt naar de badkamer. In de spiegel zie je jezelf. Dit is het gezicht dat je verkoopt met je selfies. Dit is het lichaam waarop je schuin licht laat vallen om het op te leuken.

Je denkt terug aan de tijd dat je zelf 21 was. Beetje bij beetje wordt je de man die je toen ontweek. Er zullen altijd jongens van 21 zijn, maar jij hebt er minder te zoeken dan ooit.

Tosti

We zijn bij Tom thuis. Zijn moeder zei dat ze iets te eten zou maken, maar Tom liep direct naar boven. Ik heb nog vriendelijk ‘hoi’ tegen haar gezegd, omdat ik geleerd heb om beleefd te zijn. Volgens mij was het goed, want ze lachte nog even tegen me.

Tom zet de computer aan. Je ziet dat hij een gamer is aan de manier waarop hij achter de computer zit: zijn rechterhand op de muis, zijn linkerhand bij de W, A en D, duim op de spatiebalk, klaar om te schieten.

‘Ken je Unreal Deathmatch al?’

Tom kent alle spellen. Ik niet. Ik schud mijn hoofd. Tom voert zijn wachtwoord in.

‘Echt vet is die.’

Zijn bureaublad verschijnt. Het is een nogal blauwige afbeelding van een boogschutter. Het is nauwelijks een mens, maar ook geen bestaand dier. Je zou het een robot kunnen noemen, maar er zijn geen draadjes. Er verschijnen icoontjes op het scherm en Tom dubbelklikt op een rode schedel met hoorns. ‘UnReal DM’ staat eronder.

‘Die gaan we spelen,’ zegt Tom, terwijl het spel opstart. ‘We’ is in dit geval vooral Tom, vrees ik. Bij Mitch spelen we nog wel eens samen, maar hij heeft een Xbox. Op een computer kan er nou eenmaal maar één iemand de muis vasthouden.

Net als Tom op ‘start’ heeft geklikt, roept zijn moeder. ‘To-om, komen jullie? Er is tosti!’

‘Kutklote,’ mompelt Tom.


Beneden staan drie borden met tosti’s op tafel. Toms moeder zit al.

‘Daar zijn jullie dan,’ zegt ze.

‘Ja, ik moest toch even de computer uitzetten,’ zegt Tom terwijl hij aan tafel gaat zitten. Eigenlijk heeft hij nog een paar zombi’s neergeschoten en staat het spel nu op pauze, nadat zijn moeder nog twee keer had geroepen. Hij spuit ketchup op zijn bord. Ik ga zitten voor het laatste bord.

‘Toch niet weer zo’n schietspel hè?’ vraagt Toms moeder.

‘Nee hoor,’ zegt Tom. Hij neemt een hap van zijn tosti.

Ik kijk naar mijn tosti. Er zit ham op.

‘Ik geloof er niets van,’ zegt Toms moeder.

Ze neemt ook een hap. Tom haalt zijn schouders op.

Ik kijk naar mijn tosti. Dit is ham. Toms moeder kijkt me aan.

‘Is het niet goed?’

Ik schud mijn hoofd. ‘Nee hoor, is prima.’

‘Lust je geen tosti?’ vraagt Toms moeder.

‘Hij lust geen ham,’ zegt Tom.

‘Nee, ik lust het,’ zeg ik snel.

‘Maar je eet het nooit,’ zegt Tom. ‘Hij eet geen vlees.’

‘Hou je mond eens,’ zegt Toms moeder.

Tom spuit meer ketchup op zijn bord.

‘Mijn moeder is vegetariër,’ zeg ik.

‘O, dat wist ik niet,’ zegt Toms moeder.

‘Geeft niets,’ zeg ik en neem een hap van mijn tosti. Er zit ham op. Het voelt heel gek, ik weet dat dit een dier is en dat ik hem nu aan het opeten ben.

‘Maar jij bent geen vegetariër?’ vraagt Toms moeder.

‘Nee,’ zeg ik, hoewel dat strikt genomen niet waar is.

Tom kijkt weer op. ‘Ik heb je nog nooit vlees zien eten.’

Ik kijk naar mijn tosti. Tom heeft gelijk. Mijn moeder geeft me nooit vlees mee naar school. Bij de kerstmaaltijd had ze doorgegeven dat ik geen vlees at. Als enige kreeg ik een kaassoufflé, iedereen was jaloers.

‘Je mag het gewoon zeggen hoor,’ zegt Toms moeder, ‘dan maak ik een ander voor je, zonder ham.’

‘Nee,’ zeg ik, ‘ik wil het nu gewoon.’

Tom lacht. Zijn moeder kijkt hem aan.

‘Hij weet niet hoe vlees smaakt,’ zegt Tom. Ik kijk naar mijn bord.

‘Laat hem nou,’ zegt Toms moeder. ‘Je mag hem opeten als je wil, zeg het maar.’


Als ik thuis kom staat mijn moeder in de keuken.

‘Hoi Rick, hoe was het?’

‘Leuk,’ zeg ik, en gooi mijn tas in de hal.

‘Wat hebben jullie gedaan?’

‘Gewoon, spelletje.’

‘Leuk hoor. Blijf je hier? Het is zo klaar.’

Ik loop de trap op en ga op bed liggen. Mijn keel voelt raar. Mijn buik ook. Ik heb een dier gegeten. Mijn moeder roept. Ik blijf op bed liggen.

Ilyas

Voor het schrijversgenootschap 'De Voorheen Lege Bladzijde' schreef ik als gastschrijver een verhaal bij het thema 'heilige'.

Het was de tweede keer dat ik bij Ilyas op bezoek ging, dat ik zijn vader zag spelen. Hij zat met drie andere mannen aan de tafel om een soort koffer.

Ilyas hield me er vandaan. ‘Laten we naar boven gaan,’ zei hij. Ik knikte en keek naar de mannen. Ilyas’ vader zat tegenover een een man met een snor. De man had net met twee dobbelstenen in de koffer gegooid, Ilyas’ vader keek moeilijk. Ilyas deed een stap richting de deur. Ik bleef staan.

Een van de mannen die toekeek riep iets wat ik niet verstond. Ilyas’ vader zuchtte, gebaarde dat hij het wist. De man lachte. De man met de snor schoof wat in de koffer, terwijl de anderen knikten.

Ik deed een stap naar voren om beter te zien wat er op tafel gebeurde. De koffer lag vol met rode en gele schijven die in groepjes op rode en gele punten lagen. Verder leek er niet echt een systeem in te zitten. Ilyas’ vader gooide de dobbelstenen in de koffer. Een twee en een zes. De mannen keken bedenkelijk. Ilyas’ vader verschoof twee rode stenen, legde een gele in het midden op de rand van de koffer en pakte de dobbelstenen weer. Hij had zijn handen nog niet uit de koffer of de andere man gooide twee andere dobbelstenen de koffer in.

Ilyas kwam naast me staan, keek ook naar de koffer. Een van de mannen keek op en keek naar ons. ‘Ah, jongen,’ zei hij tegen mij, ‘speel je ook?’ Ik schudde mijn hoofd terwijl de andere man de gele steen op de rand omruilde voor een rode. Ilyas’ vader gooide weer. Twee vieren. ‘Dit spelen ze altijd op zondag,’ zegt Ilyas zacht achter me. ‘Het heet backgammon.’ Ik geloof dat ik er wel al eens van gehoord had.

‘Dat is wel even wat anders dan die spelletjes van tegenwoordig, hè?’ zei de man. ‘Dit is al eeuwen oud.’ Ik knikte maar. ‘Sommige mensen vergelijken het met schaken,’ zei Ilyas’ vader. ‘Maar schaken is zo stijf. Dit is een racespel, dit gaat om geluk en tactiek.’ Hij glom erbij. ‘Dit gaat over je vertrouwen in God en het vertrouwen dat God in jou heeft.’ Met kracht gooide hij zijn dobbelstenen de koffer in. Een drie en een twee.

Terwijl zijn vader stenen verschoof trok Ilyas me mee naar de gang. Boven speelden we een kaartspel met monsters. De volgende ochtend op school vertelde Ilyas dat zijn vader had verloren die avond. God had er toch niet genoeg vertrouwen in gehad.

Zoals op Italiaanse modebladen

Voor het schrijversgenootschap 'De Voorheen Lege Bladzijde' schreef ik als gastschrijver een verhaal bij het thema 'onderweg'.

We zijn weg. Achter me toetert een BMW als ik van rijstrook wissel. Naomi zit naast me en probeert een boek te lezen, voeten op de blazers, op het dashboard.

De muziek is uit. In de autoradio zit een cd van mij, maar die wil Naomi niet, net zo min als de Franse radio. Ze slaat een pagina om.

Ik denk aan hoe de ochtend begon. De auto was al vroeg heet en Naomi had haar zomerjurk aan. Verder hadden we vrijwel niets bij ons. Als je weg wil moet je niet te veel meenemen, had ze gezegd toen ik de kamer rondkeek, toen ze voorstelde om weg te gaan.

Ik knipper braaf en ga terug naar de rechter rijstrook. De camper die we hebben ingehaald snort stevig door, toch blijft de afstand tussen ons langzaam groter worden. Het verschil tussen vakantie en vluchten is misschien niet groter dan dat verschil in snelheid.

Er brandt een lampje op het dashboard. Brandstof, zeg ik. Naomi kijkt op, tuurt naar de bosjes met daarachter het graan. In haar boek zouden hier geen windmolens staan, hooguit vogelverschrikkers. Het duurt even, eerst twee lege paaltjes, dan komt er een bord. Nog een kilometer, zegt ze en slaat een bladzijde om.

Ze leest On The Road, van alle boeken die ze mee had kunnen pakken. Waarschijnlijk had ze hem al klaar liggen voor vandaag. Ze zal zeggen dat dit dan de reis is waar ze al haar hele leven naar toe leeft. Het is te makkelijk.

Als we de afslag op rijden slaat Naomi het boek dicht. Ze kijkt recht voor zich, alsof we anders van de weg zouden raken. Ik zie dat ze zich onder haar jurk vasthoudt. Ondanks dat parkeer ik kaarsrecht bij de tank. Ik klik mijn riem los.

Naomi stapt ook uit en kijkt om zich heen, naar het landschap achter de weg. Ik open de brandstoftank en kies een slang. Naomi loopt naar de tankshop en ik kijk haar na. Ik kijk langs de winkel naar de weg, naar de dingen die nog komen gaan. Dan slaat de pomp af.

Binnen koelt de airco elke sfeer. Ik kijk nog even rond bij de tijdschriften terwijl Naomi snoepgoed vergelijkt. Ze lacht naar me. Ze moet plassen, zegt ze. Ik knik, ik betaal alvast. Terwijl ik in de auto op haar wacht tel ik drie rode auto’s.

Als we weer rijden rommelt Naomi in haar jurk. Ze haalt een koud blikje bier tevoorschijn en zet de radio aan. We zijn Franse criminelen, zegt ze als het blikje opensist.

Topless

_Voor de finale van WriteNow! 2012 schreef ik een verhaal over een zieke zus die een weekendje thuis komt uitzieken. Nu is het te lezen in de bundel Ook olifanten moeten door, met verhalen van alle WriteNow! finalisten._

(... deze tekst is alleen in boekvorm te vinden nu)

El Camino


We rijden. Voor ons ligt asfalt, achter ons ligt asfalt en daartussen zitten Owen en ik in een oude auto met lege bierblikjes en ander afval. We halen een vrachtwagen in. Owen neuriet mee met de muziek en haalt soms uit met zijn stem. Ik kijk naar de paaltjes langs de weg, naar de bomen en naar de dingen die mensen hebben achtergelaten. Het zuiden is nog ver weg.

Ik heb Owen een paar weken geleden ontmoet op een feestje van een collega. Het was zo'n feestje waarbij halverwege de avond ouzo geschonken werd. Niet voor de smaak, maar omdat het het sterkste in huis is, overgebleven van een vakantie van een bekende die ook niet wist wat hij ermee aan moest. Owen stond half op het balkon, half in de woonkamer, te roken. We raakten aan de praat over de dingen die ertoe deden, zoals het leven buiten deze verdomde stad. Ik geloof dat we toen het plan al hadden.

Langs de weg ligt een dood konijn. Shell-stations markeren onze weg naar het zuiden. Ik kan de brandstofmeter niet zien vanaf hier, maar Owen blijft nog steeds doorrijden. Op de snelheidsmeter hoef ik niet te kijken. Ik voel dat we net iets te hard gaan.

Na die avond heb ik Owen een tijd niet gezien, tot ik hem tegenkwam in de supermarkt. We raakten weer aan de praat, maar serieuzer nu. Hij zei dat hij vlakbij woonde. We namen blikjes bier mee en liepen naar zijn huis. Bij hem thuis ging het alleen nog maar over het zuiden. Ik werd de volgende ochtend wakker op zijn bank. Weer thuis bleken de meeste van mijn boodschappen bedorven te zijn.

De volgende dag belde Owen. Ik moet hem mijn nummer hebben gegeven. We spraken af om vandaag in de auto te stappen en naar het zuiden te rijden. We zouden wel zien hoe ver we komen. Toen ik ophing keek ik de kamer rond, naar wat ik achter zou laten. Ik sloot het af en ging bier halen.

'Tot nooit meer, kutstad,' zei Owen vanochtend toen we wegreden. Hij meende het misschien meer dan ik. Hij schold erop los toen we langs mijn straat kwamen. Daarna zweeg hij. Op de snelweg zei hij dat hij via zijn connecties het een en ander geregeld had. Vanavond zouden we een kapitaal binnenhalen. Het zuiden wacht, had hij gezegd. Welke connecties? Wat voor kapitaal? Hij meent het meer dan ik.

Bij elk tankstation dat we tegenkomen hoop ik dat hij moet stoppen om te tanken, maar dat doet hij niet. Ik heb geen idee hoe vol de tank zat toen we vertrokken. Ik heb geen idee hoe lang deze auto met een tank doet. Ik kan het benzinewijzertje niet zien. Het enige dat ik weet is dat we al ruim vier uur aan het rijden zijn.

Fitness

1

Tom staat tegen een muurtje te roken. In zijn ene hand heeft hij een sigaret, in de andere zijn mobiel. Het licht van het scherm kleurt zijn gezicht blauw. Hij kijkt op en tikt zijn sigaret af. De brandende as valt door het donker.

'Yo,' zegt hij.

'Yo,' zegt ik.

We hebben op deze hoek afgesproken. Dat doen we altijd. Tom woont hier in dit dorp, ik een dorp verder. Mitch heeft de auto bij zijn vader op het erf staan. Hij zal zo wel komen.

Tom kijkt naar zijn mobiel en tikt wat. Ik zet mijn fiets tegen het muurtje. Ik zoek naar sigaretten, maar ik heb mijn jas niet aan. Het was zo'n zwoele zomerdag. Ik vind een aansteker in mijn broekzak.

'Melissa komt niet,' zegt Tom, 'en Ilona ook niet.' Hij kijkt op van zijn mobiel en neemt een trek van zijn sigaret. Ik vraag of hij er ook een voor mij heeft.

'Hm,' knikt Tom, en begint weer te tikken.

Tom had met Naomi, tot een week geleden. Sinds het uit is sms't hij de hele dag met meisjes.

Ik zoek weer in mijn broekzakken, maar ik heb geen sigaretten. Ik wil weer vragen of Tom er een heeft, maar dan hoor ik achter me een auto toeteren. Het is Mitch met de Volvo 850. Hij heeft dat barrel voor een paar honderd euro van iemand overgenomen. Mitch stopt vlak voor de lantaarnpaal en roept door het raampje.

'Ha,' zegt Tom, en hij schiet zijn sigaret over het muurtje. Hij loopt naar de bijrijdersplaats. Ik kijk nog even naar mijn fiets en naar de huizen. Ik stap achterin.

2

De radio speelt een nummer van Alison Krauss. Mitch heeft dat ergens opgepikt en nu is hij fan. Bij hem komt 'fan zijn' erop neer dat hij illegaal de discografie downloadt, wat willekeurige nummers op een cd brandt en die in de autoradio laat zitten. Pas als iemand het echt zat is gaat er een ander cd'tje in. Die blijft er dan weer in zitten tot de volgende bezwaar maakt.

'I read between the lines of words you can't disguise,' zingt Alison, en ik vraag me af hoe dat in het Nederlands zou klinken.

Mitch haalt een Peugeot in. Het is zo'n suffe, met een man achter het stuur, naast hem zijn vrouw en achterin hun kinderen. Tom boert.

'Kenker, man, kappen,' roept Mitch.

Tom lacht. 'Ah joh.'

'Ja, dat geboer.'

Tom blijft grinnikken.

'Gaan we gelijk naar De Stikel?' vraag ik vanaf de achterbank.

'Nee man, ik heb honger,' roept Tom.

'Eerst naar de Burger King,' zegt Mitch.

Ik knik, ook al zien ze dat niet.

'Forget about it,' zingt Alison. 'Put me out of your head now,' zingt Tom mee. Dan licht zijn mobiel weer op.

3

Het is niet druk meer bij de Burger King. Voor de deur staan twee auto's, de parkeerplaats is verder vrijwel leeg. De auto's het verst van de Burger King hebben beslagen ramen. Mitch zet de Volvo midden op twee parkeervakken en laat de motor stilvallen. Tom springt gelijk naar buiten.

Ik snuif de avondlucht op. De Burger King lijkt zo uit een film te komen. Ik sluit half mijn ogen en zie de Chevy's voor de ramen staan. Daarachter de snelweg naar de oost- of westkust. Mooie meiden binnen, wachtend op een lift naar weet ik het waar.

Mitch slaat me op mijn rug en boert.

'Hé,' roep ik.

'Ah homo's, kom op,' roept Tom die al bij de deur staat.

Bij de drive-in staat een busje waar vage muziek uit komt. De schuifdeur staat open en een man staat naast het busje tegen het bestellingenpaaltje te praten.

'Leipo's,' zegt Mitch.

Ik hou de deur voor hem open.

4

We zitten weer in de auto. Mitch heeft nog een milkshake voor onderweg meegenomen. Tom heeft een blikje bier gevonden. Ik heb nog cola over en eet wat frietjes op de achterbank.

Tom boert weer.

'Kap nou!' roept Mitch.

'Ja, sorry hoor, dat gebeurt gewoon,' zegt Tom.

'Je kan het echt wel wat minder hard doen,' zegt Mitch.

'Het staat toch al vast,' zegt Tom.

'Wat? Dat je boert?'

'Ja, alles,' zegt Tom. 'Al vanaf mijn geboorte staat precies vast wanneer ik ga boeren. Alles.'

'Je lult,' zegt Mitch.

'Ja,' zeg ik vanaf de achterbank, 'je hebt er nog wel een keuze in hoor.'

'Het is gewoon zo,' zegt Tom.

'Je lult,' zegt Mitch.

5

Bij De Stikel is het druk. Het is ook zaterdag, dan wil je wat, en omdat er verder helemaal niets te doen is in deze uithoek gaat iedereen naar De Stikel. Het is een oude boerenschuur, maar er zijn discolampen, bier en mensen.

Het is heet en vol binnen. Ik draag een t-shirt maar het blijft benauwd. We staan op een strategische plek net naast de dansvloer. Tom en Mitch speuren de zaal af. Ik kijk naar Tom. Hij heeft armen waar ieder meisje voor valt: getraind, maar net niet overdreven.

'Jezus, m'n bier is weer op,' zegt hij.

'Ik ga wel,' zeg ik.

Op weg naar de bar zie ik Ilona staan.

'Ik dacht dat jij niet kwam?'

'Hoezo?' vraagt Ilona.

'Zei Tom.'

'O,' zegt Ilona, 'Klopt. Is hij hier?'

'Hij staat daar.'

'Ah, thanks. Ik heb niet zo'n zin in hem.'

'O, oké,' zeg ik. 'Uhm, ik ga even bier halen.'

'Is goed, zie je!'

Ik loop verder naar de bar. Ilona was altijd al een raar meisje. Als ik terug kom van de bar zie ik Naomi dansen. Tom en Mitch staan nog naast de dansvloer. Ze hebben haar ook gezien.

'Miss Piggy op de dansvloer,' zegt Mitch.

Tom lacht. 'Van de parkeerplaats!'

'Hier jongens.' Ik geef ze de flesjes.

'Zie je haar?' vraagt Tom en hij wijst met zijn flesje naar Naomi. 'Ze denkt dat ze Kate Moss is.'

Ik glimlach. 'Had je Ilona nog gezien?'

'Nee, die kwam niet,' zegt Tom.

'Ik zag haar net.'

'O?'

Ik haal mijn schouders op.

'Het zal wel,' zegt Tom en neemt een slok van zijn bier. Mitch kijkt naar een meisje met een haltertop.

'Die neem ik,' zegt hij met een glimlach.

'Niet dus,' roept Tom.

6

De kater is weer opgetrokken. Gister was een weggegooide dag. Zo is dat met stappen: het is op zaterdag, maar je voelt het op zondag. Tom moest werken gister, maar hij zal wel niet gegaan zijn.

Het liep allemaal een beetje anders, zaterdag. Ik weet het niet meer precies. Er was dat meisje met haar haltertop. Ze heette heette Lola of Lana, iets met een L. Mitch ging erop af, geloof ik, maar ze had hem afgewezen ofzo. We bleven samen een beetje aan de bar hangen.

Tom lukte het natuurlijk wel. De rest van de avond stond hij bij haar te dansen. Tot Naomi opeens met iemand stond te zoenen. Ik weet niet met wie. We merkten het pas toen Tom tegen Naomi stond te schreeuwen. Tom werd eruit gezet, Naomi mocht blijven. Toen we buiten kwamen was Tom nergens meer te zien.

7

Tom staat weer tegen het muurtje. Hij rookt en kijkt strak voor zich uit. Ik zet mijn fiets neer.

'Yo,' zeg ik.

Tom zegt niets. Ik ga naast hem tegen het muurtje staan. Uit mijn zak haal ik een nieuw pakje sigaretten en maak het open. Ik steek er een op en kijk naar Tom. Aan zijn sigaret hangt een grote kegel as.

Ik kijk naar Toms bovenarmen en naar die van mij. Ik heb een week lang gefitnesst, maar je ziet er niets van. Ik neem een trek van mijn sigaret.

'Kutwijf,' zegt Tom.

Ik zeg niets.

'Het is net uit, en dan gelijk. Gelijk. Wattefak zeg.'

'Ja,' zeg ik. 'Uit is uit, toch?'

'Ja maar fak.'

Ik tik mijn sigaret af en zucht.

'Heb je haar nog gezien?' vraag ik.

'Nee, idioot.'

'We zijn gelijk naar huis gegaan.'

'Ah.'

'Je was al weg.'

Tom schiet zijn sigaret over het muurtje en loopt weg.

'Ik zie je nog wel.'

8

We staan in De Kruitmolen. Tom had geen zin in De Stikel. De Kruitmolen heeft op zaterdagavond altijd een bandje staan. Meestal is het niet veel, maar voor vandaag was nogal reclame gemaakt.

The Crocodile Hunters spelen het ene na het andere onbekende nummer. 'This one is new!' roept de gitarist, alsof we de rest wel kenden. Mitch komt terug met bier. We proosten.

'Wat een herrie,' zegt Mitch.

'Ah, het is best vet hoor,' zegt Tom.

Ik kijk naar de vlag die achter het podium hangt. 'The Crocodile Hunters' staat erop en 'Lander, WY'.

'Die lui zijn echte Amerikanen,' zeg ik.

'Ze zullen wel een tour door Europa doen,' zegt Mitch. 'Zou ik ook wel willen, op vakantie door Amerika reizen en dan overal een beetje optreden.'

'Straks zijn ze wereldberoemd en wij hebben ze hier gezien,' zegt Tom.

Mitch lacht en neemt een slok.

9

Een week later.

Tom belt.

'Ha Tom, hoest?'

'Kut man, je weet het nog niet, hè?'

'Wat weet ik nog niet?'

'Van Mitch.'

'Wat is er met Mitch?'

'Hij is dood. Een stel Polen knalde op hem. Die leven nog geloof ik, maar de Volvo is total loss. Mitch is dood. Gewoon dood.'

'Huh? Nee.'

'Jawel, ze belden, verdomme. Hij is dood.'

Stilte.

'Zie je nou wel dat alles al vast staat?'

'Hè wat?'

'Dat Mitch zijn dood al bij zijn geboorte vast stond, man. Dat zie je toch.'

'Wat heeft dat ermee te maken, gast? Fak.'

'Je ziet het toch?'

'Nee, ik zie het niet, Tom. Wat heeft dat–'

'Fak jou, Rick. Mitch is dood, dat is toch zo? Dan zie je toch dat zijn hele leven godverdomme nutteloos was? Dat alles gewoon godverdomme nutteloos was.'

'Ja maar? Wattefak Tom.'

'Fak jou, kuthomo.'

Verbinding verbroken.

10

Er staat niemand tegen het muurtje. Ik zet mijn fiets ertegen en ga ernaast staan. Ik pak een sigaret maar kan geen aansteker vinden. Ik pak de sigaret uit mijn mond en zucht.

Ik kijk naar de lantaarnpaal en denk aan de Volvo. En aan Mitch. Ik kan me nog steeds moeilijk voorstellen dat hij hier nooit meer zal komen. Ik kijk naar de lucht, maar zie geen sterren.

Mijn mobiel trilt. Een sms van Tom. 'nee, zit bij naomi. morgen ofzo'

Ik sta nog een tijd met mijn sigaret te spelen.