Log in
Welkom op Seblog, het weblog van Sebastiaan Andeweg. Ik ben een schrijver en nerd uit Nijmegen. Ik ben ook te vinden op Twitter, Instagram en nu en dan op LinkedIn. Als ik code schrijf staat dat op Github en als ik rondjes ren staat dat op Strava. Ik zit stiekem ook weer op Facebook na 2,5 jaar weg te zijn geweest.

Teksten

🙈

De foto die Mike likete lokt je dieper de hashtag #gayboy in.

Zowel #gayguy als #gaylove hebben geen recente fotostream. De stream is geblokkeerd door herhaald misbruik, je moet het doen met de gefilterde favorieten. Je tikt naar andere, obscuurdere hashtags door. #gaycute, #gayfollow, #boiboner. Je blijft een tijdje hangen bij @lookgayboysx tot je Grindr opent.

De jongen die je net aansprak vraagt om ‘pics’. Je kijkt naar zijn profielfoto, hij is 21. Je stuurt de foto die je vorige week nam, en bijna de foto van op het station. Toch ook die ander? Je laat het hier even bij en gaat weer naar het overzicht.

Je scrollt heen en weer, maar ziet steeds dezelfde foto’s. Je filtert op leeftijd, tot 27. ‘Hee,’ zeg je tegen een leuke. ‘Hee,’ zeg je tegen een ander. ‘Cute,’ tegen een onbereikbare van 18. Nieuw bericht. 32, dus je kijkt door. ‘Top of bttm?’ stuur je in een dood gesprek, terwijl je die jongen alleen had aangesproken omdat hij een ⬆️ op zijn profiel had staan.

Dan is Bram online. ‘Buurman!’ roep je, want de ‘Hee’ en ‘Hoest?’ van vorige week staan nog onbeantwoord in het scherm. Tijden terug hebben jullie wat gedaan. Het was zo’n wat zou je doen als-gesprek en de inzet was voor zijn deur staan, dus daar stond je. Je liet je te gemakkelijk neuken, denk je. ‘Tussen ons wordt het nooit meer gewoon,’ stuurde hij toen je hem later zijn nummer vroeg.

Het is stil. Je denkt dat je een nieuwe profielfoto nodig hebt. Je scrollt door je recente selfies, tot ze te oud zijn, en scrollt terug. Je opent de camera, maar je bent lelijk vandaag. Toch die oude foto terug dan?

Je gaat weer naar Instagram en tikt door via #gaytwink naar #gaycute. Je vindt het profiel van @gays.sexualities, die foto’s van anderen plaatst. Kennelijk deel je zijn smaak, want het zijn goede foto’s. Je scrollt en tikt, leest dan het onderschrift ‘I need to start working out like honestly if I want a bf’. Je scrollt een paar foto’s terug en leest ‘Boys make me so happy and so sad :(’ en ‘Wish I had more confidence I hate that I find it sexy but can't act it myself :/’

Met een zucht ga je terug naar Grindr.

Nieuw bericht. Het is Marcel en je weet dat hij geil is, maar je weet het niet. Het kan altijd nog. Ook jullie deden ooit wat, een tijd geleden, maar meer omdat je die avond niets anders kon vinden. ‘Hoe is het?’ stuur je, want het gesprek hoeft niet dood. Je scrollt weer door de hoofden en torso’s op zoek naar nieuwe jongens.

De jongen van 21 wil nu body pics. Je stuurt die ene in je boxer. ‘🍑🍆💦’, stuurt de jongen terug. Dat ziet er veelbelovend uit, denk je. ‘Lkkr,’ typ je, en je vraagt je af hoe je verder moet gaan. Maar dan schuift het scherm weg: hij heeft je geblockt.

Je lockt je telefoon en legt hem naast je neer. Je zucht, staat dan op en loopt naar de badkamer. In de spiegel zie je jezelf. Dit is het gezicht dat je verkoopt met je selfies. Dit is het lichaam waarop je schuin licht laat vallen om het op te leuken.

Je denkt terug aan de tijd dat je zelf 21 was. Beetje bij beetje wordt je de man die je toen ontweek. Er zullen altijd jongens van 21 zijn, maar jij hebt er minder te zoeken dan ooit.

Tosti

We zijn bij Tom thuis. Zijn moeder zei dat ze iets te eten zou maken, maar Tom liep direct naar boven. Ik heb nog vriendelijk ‘hoi’ tegen haar gezegd, omdat ik geleerd heb om beleefd te zijn. Volgens mij was het goed, want ze lachte nog even tegen me.

Tom zet de computer aan. Je ziet dat hij een gamer is aan de manier waarop hij achter de computer zit: zijn rechterhand op de muis, zijn linkerhand bij de W, A en D, duim op de spatiebalk, klaar om te schieten.

‘Ken je Unreal Deathmatch al?’

Tom kent alle spellen. Ik niet. Ik schud mijn hoofd. Tom voert zijn wachtwoord in.

‘Echt vet is die.’

Zijn bureaublad verschijnt. Het is een nogal blauwige afbeelding van een boogschutter. Het is nauwelijks een mens, maar ook geen bestaand dier. Je zou het een robot kunnen noemen, maar er zijn geen draadjes. Er verschijnen icoontjes op het scherm en Tom dubbelklikt op een rode schedel met hoorns. ‘UnReal DM’ staat eronder.

‘Die gaan we spelen,’ zegt Tom, terwijl het spel opstart. ‘We’ is in dit geval vooral Tom, vrees ik. Bij Mitch spelen we nog wel eens samen, maar hij heeft een Xbox. Op een computer kan er nou eenmaal maar één iemand de muis vasthouden.

Net als Tom op ‘start’ heeft geklikt, roept zijn moeder. ‘To-om, komen jullie? Er is tosti!’

‘Kutklote,’ mompelt Tom.


Beneden staan drie borden met tosti’s op tafel. Toms moeder zit al.

‘Daar zijn jullie dan,’ zegt ze.

‘Ja, ik moest toch even de computer uitzetten,’ zegt Tom terwijl hij aan tafel gaat zitten. Eigenlijk heeft hij nog een paar zombi’s neergeschoten en staat het spel nu op pauze, nadat zijn moeder nog twee keer had geroepen. Hij spuit ketchup op zijn bord. Ik ga zitten voor het laatste bord.

‘Toch niet weer zo’n schietspel hè?’ vraagt Toms moeder.

‘Nee hoor,’ zegt Tom. Hij neemt een hap van zijn tosti.

Ik kijk naar mijn tosti. Er zit ham op.

‘Ik geloof er niets van,’ zegt Toms moeder.

Ze neemt ook een hap. Tom haalt zijn schouders op.

Ik kijk naar mijn tosti. Dit is ham. Toms moeder kijkt me aan.

‘Is het niet goed?’

Ik schud mijn hoofd. ‘Nee hoor, is prima.’

‘Lust je geen tosti?’ vraagt Toms moeder.

‘Hij lust geen ham,’ zegt Tom.

‘Nee, ik lust het,’ zeg ik snel.

‘Maar je eet het nooit,’ zegt Tom. ‘Hij eet geen vlees.’

‘Hou je mond eens,’ zegt Toms moeder.

Tom spuit meer ketchup op zijn bord.

‘Mijn moeder is vegetariër,’ zeg ik.

‘O, dat wist ik niet,’ zegt Toms moeder.

‘Geeft niets,’ zeg ik en neem een hap van mijn tosti. Er zit ham op. Het voelt heel gek, ik weet dat dit een dier is en dat ik hem nu aan het opeten ben.

‘Maar jij bent geen vegetariër?’ vraagt Toms moeder.

‘Nee,’ zeg ik, hoewel dat strikt genomen niet waar is.

Tom kijkt weer op. ‘Ik heb je nog nooit vlees zien eten.’

Ik kijk naar mijn tosti. Tom heeft gelijk. Mijn moeder geeft me nooit vlees mee naar school. Bij de kerstmaaltijd had ze doorgegeven dat ik geen vlees at. Als enige kreeg ik een kaassoufflé, iedereen was jaloers.

‘Je mag het gewoon zeggen hoor,’ zegt Toms moeder, ‘dan maak ik een ander voor je, zonder ham.’

‘Nee,’ zeg ik, ‘ik wil het nu gewoon.’

Tom lacht. Zijn moeder kijkt hem aan.

‘Hij weet niet hoe vlees smaakt,’ zegt Tom. Ik kijk naar mijn bord.

‘Laat hem nou,’ zegt Toms moeder. ‘Je mag hem opeten als je wil, zeg het maar.’


Als ik thuis kom staat mijn moeder in de keuken.

‘Hoi Rick, hoe was het?’

‘Leuk,’ zeg ik, en gooi mijn tas in de hal.

‘Wat hebben jullie gedaan?’

‘Gewoon, spelletje.’

‘Leuk hoor. Blijf je hier? Het is zo klaar.’

Ik loop de trap op en ga op bed liggen. Mijn keel voelt raar. Mijn buik ook. Ik heb een dier gegeten. Mijn moeder roept. Ik blijf op bed liggen.

Ilyas

Voor het schrijversgenootschap 'De Voorheen Lege Bladzijde' schreef ik als gastschrijver een verhaal bij het thema 'heilige'.

Het was de tweede keer dat ik bij Ilyas op bezoek ging, dat ik zijn vader zag spelen. Hij zat met drie andere mannen aan de tafel om een soort koffer.

Ilyas hield me er vandaan. ‘Laten we naar boven gaan,’ zei hij. Ik knikte en keek naar de mannen. Ilyas’ vader zat tegenover een een man met een snor. De man had net met twee dobbelstenen in de koffer gegooid, Ilyas’ vader keek moeilijk. Ilyas deed een stap richting de deur. Ik bleef staan.

Een van de mannen die toekeek riep iets wat ik niet verstond. Ilyas’ vader zuchtte, gebaarde dat hij het wist. De man lachte. De man met de snor schoof wat in de koffer, terwijl de anderen knikten.

Ik deed een stap naar voren om beter te zien wat er op tafel gebeurde. De koffer lag vol met rode en gele schijven die in groepjes op rode en gele punten lagen. Verder leek er niet echt een systeem in te zitten. Ilyas’ vader gooide de dobbelstenen in de koffer. Een twee en een zes. De mannen keken bedenkelijk. Ilyas’ vader verschoof twee rode stenen, legde een gele in het midden op de rand van de koffer en pakte de dobbelstenen weer. Hij had zijn handen nog niet uit de koffer of de andere man gooide twee andere dobbelstenen de koffer in.

Ilyas kwam naast me staan, keek ook naar de koffer. Een van de mannen keek op en keek naar ons. ‘Ah, jongen,’ zei hij tegen mij, ‘speel je ook?’ Ik schudde mijn hoofd terwijl de andere man de gele steen op de rand omruilde voor een rode. Ilyas’ vader gooide weer. Twee vieren. ‘Dit spelen ze altijd op zondag,’ zegt Ilyas zacht achter me. ‘Het heet backgammon.’ Ik geloof dat ik er wel al eens van gehoord had.

‘Dat is wel even wat anders dan die spelletjes van tegenwoordig, hè?’ zei de man. ‘Dit is al eeuwen oud.’ Ik knikte maar. ‘Sommige mensen vergelijken het met schaken,’ zei Ilyas’ vader. ‘Maar schaken is zo stijf. Dit is een racespel, dit gaat om geluk en tactiek.’ Hij glom erbij. ‘Dit gaat over je vertrouwen in God en het vertrouwen dat God in jou heeft.’ Met kracht gooide hij zijn dobbelstenen de koffer in. Een drie en een twee.

Terwijl zijn vader stenen verschoof trok Ilyas me mee naar de gang. Boven speelden we een kaartspel met monsters. De volgende ochtend op school vertelde Ilyas dat zijn vader had verloren die avond. God had er toch niet genoeg vertrouwen in gehad.

Zoals op Italiaanse modebladen

Voor het schrijversgenootschap 'De Voorheen Lege Bladzijde' schreef ik als gastschrijver een verhaal bij het thema 'onderweg'.

We zijn weg. Achter me toetert een BMW als ik van rijstrook wissel. Naomi zit naast me en probeert een boek te lezen, voeten op de blazers, op het dashboard.

De muziek is uit. In de autoradio zit een cd van mij, maar die wil Naomi niet, net zo min als de Franse radio. Ze slaat een pagina om.

Ik denk aan hoe de ochtend begon. De auto was al vroeg heet en Naomi had haar zomerjurk aan. Verder hadden we vrijwel niets bij ons. Als je weg wil moet je niet te veel meenemen, had ze gezegd toen ik de kamer rondkeek, toen ze voorstelde om weg te gaan.

Ik knipper braaf en ga terug naar de rechter rijstrook. De camper die we hebben ingehaald snort stevig door, toch blijft de afstand tussen ons langzaam groter worden. Het verschil tussen vakantie en vluchten is misschien niet groter dan dat verschil in snelheid.

Er brandt een lampje op het dashboard. Brandstof, zeg ik. Naomi kijkt op, tuurt naar de bosjes met daarachter het graan. In haar boek zouden hier geen windmolens staan, hooguit vogelverschrikkers. Het duurt even, eerst twee lege paaltjes, dan komt er een bord. Nog een kilometer, zegt ze en slaat een bladzijde om.

Ze leest On The Road, van alle boeken die ze mee had kunnen pakken. Waarschijnlijk had ze hem al klaar liggen voor vandaag. Ze zal zeggen dat dit dan de reis is waar ze al haar hele leven naar toe leeft. Het is te makkelijk.

Als we de afslag op rijden slaat Naomi het boek dicht. Ze kijkt recht voor zich, alsof we anders van de weg zouden raken. Ik zie dat ze zich onder haar jurk vasthoudt. Ondanks dat parkeer ik kaarsrecht bij de tank. Ik klik mijn riem los.

Naomi stapt ook uit en kijkt om zich heen, naar het landschap achter de weg. Ik open de brandstoftank en kies een slang. Naomi loopt naar de tankshop en ik kijk haar na. Ik kijk langs de winkel naar de weg, naar de dingen die nog komen gaan. Dan slaat de pomp af.

Binnen koelt de airco elke sfeer. Ik kijk nog even rond bij de tijdschriften terwijl Naomi snoepgoed vergelijkt. Ze lacht naar me. Ze moet plassen, zegt ze. Ik knik, ik betaal alvast. Terwijl ik in de auto op haar wacht tel ik drie rode auto’s.

Als we weer rijden rommelt Naomi in haar jurk. Ze haalt een koud blikje bier tevoorschijn en zet de radio aan. We zijn Franse criminelen, zegt ze als het blikje opensist.

Topless

_Voor de finale van WriteNow! 2012 schreef ik een verhaal over een zieke zus die een weekendje thuis komt uitzieken. Nu is het te lezen in de bundel Ook olifanten moeten door, met verhalen van alle WriteNow! finalisten._

(... deze tekst is alleen in boekvorm te vinden nu)