Log in
Seblog.nl

Alles

De maand van het digitale boek

Oké, misschien is dit niet hét moment om hiermee te binnen (op het moment van schrijven is het elf uur 's avonds op een vrijdag), maar ik heb een plan. De maand maart is hier op Seblog de maand van het digitale boek. Pam pam. Jawel, het digitale boek.

Het idee is als volgt: de komende maand schroef ik mijn blogproductie op. Ik ga een beetje openbaar nadenken over de voors en tegens van de digitalisering van het boek en af en toe gooi ik er zelfs wat keiharde theorie doorheen die ik verzamel bij het beeldschone vak The Digital Book, dat ik nu volg voor mijn master Redacteur/editor. Voor dat vak moet ik drie Engelse stukken schrijven voor een blog met de veelzeggende naam 'Masters of Media'. Dan zijn de eerste drie posts voor de maand van het digitale boek al binnen, want ik plaats ze natuurlijk ook gewoon op Seblog.

Nu deze aankondiging is gemaakt ga ik nog even een geinig bolletje knutselen om het allemaal wat kracht bij te zetten. Een lijst van mogelijke onderwerpen ligt al klaar. Het is nog nét 1 maart, dus ik zeg: laat het beginnen.

Naast 'n gaydar heb ik ook 'n Leidsestudentendar. Je herkent ze gewoon aan de details in hun voorkomen. Ze zijn anders dan andere studenten.

Zoals op Italiaanse modebladen

Voor het schrijversgenootschap 'De Voorheen Lege Bladzijde' schreef ik als gastschrijver een verhaal bij het thema 'onderweg'.

We zijn weg. Achter me toetert een BMW als ik van rijstrook wissel. Naomi zit naast me en probeert een boek te lezen, voeten op de blazers, op het dashboard.

De muziek is uit. In de autoradio zit een cd van mij, maar die wil Naomi niet, net zo min als de Franse radio. Ze slaat een pagina om.

Ik denk aan hoe de ochtend begon. De auto was al vroeg heet en Naomi had haar zomerjurk aan. Verder hadden we vrijwel niets bij ons. Als je weg wil moet je niet te veel meenemen, had ze gezegd toen ik de kamer rondkeek, toen ze voorstelde om weg te gaan.

Ik knipper braaf en ga terug naar de rechter rijstrook. De camper die we hebben ingehaald snort stevig door, toch blijft de afstand tussen ons langzaam groter worden. Het verschil tussen vakantie en vluchten is misschien niet groter dan dat verschil in snelheid.

Er brandt een lampje op het dashboard. Brandstof, zeg ik. Naomi kijkt op, tuurt naar de bosjes met daarachter het graan. In haar boek zouden hier geen windmolens staan, hooguit vogelverschrikkers. Het duurt even, eerst twee lege paaltjes, dan komt er een bord. Nog een kilometer, zegt ze en slaat een bladzijde om.

Ze leest On The Road, van alle boeken die ze mee had kunnen pakken. Waarschijnlijk had ze hem al klaar liggen voor vandaag. Ze zal zeggen dat dit dan de reis is waar ze al haar hele leven naar toe leeft. Het is te makkelijk.

Als we de afslag op rijden slaat Naomi het boek dicht. Ze kijkt recht voor zich, alsof we anders van de weg zouden raken. Ik zie dat ze zich onder haar jurk vasthoudt. Ondanks dat parkeer ik kaarsrecht bij de tank. Ik klik mijn riem los.

Naomi stapt ook uit en kijkt om zich heen, naar het landschap achter de weg. Ik open de brandstoftank en kies een slang. Naomi loopt naar de tankshop en ik kijk haar na. Ik kijk langs de winkel naar de weg, naar de dingen die nog komen gaan. Dan slaat de pomp af.

Binnen koelt de airco elke sfeer. Ik kijk nog even rond bij de tijdschriften terwijl Naomi snoepgoed vergelijkt. Ze lacht naar me. Ze moet plassen, zegt ze. Ik knik, ik betaal alvast. Terwijl ik in de auto op haar wacht tel ik drie rode auto’s.

Als we weer rijden rommelt Naomi in haar jurk. Ze haalt een koud blikje bier tevoorschijn en zet de radio aan. We zijn Franse criminelen, zegt ze als het blikje opensist.

In de trein. Na de enorme, stinkende hond in het gangpad nu dames met enorme tassen van de huishoudbeurs. Ze hebben helemaal niets gekregen.

Meer laden