Dus even over dat fietsen van me

Dus, ik had onlangs een lange rant over de onveiligheid van fietsen als er auto’s naast je rondrazen. (De auto als boosaardig fenomeen.) En nog eerder had ik een rant met tussenkopjes waarin ik bekende als treinfietser nu autorijlessen neem. (De auto als boosaardig fenomeen.)

Ik heb nog altijd geen rijbewijs, want lockdown, maar ik ben dus wel tegen jan en alleman aan het opscheppen dat ik nu veel beter uitkijk op de fiets. Ik kijk verder naar voren en weet snel in te schatten wie waar voorrang heeft en of zij dat zelf ook door hebben. Ik zeg er dan altijd bij dat het eigenlijk van de zotte is dat je eerst rijles moet nemen om veilig te kunnen fietsen. (Nogmaals: de auto als boosaardig fenomeen.)

Vandaag had ik een aanrijding. Bij het station. Op de fiets, met een fiets. Ik was teveel bezig met de voetganger die mij ook zag maar op de ‘gedeelde ruimte’ bleef oversteken. Overstekende voetgangers van rechts hoef je geen voorang te geven, maar de gedeelte ruimte maakt dat onduidelijk. Ik had ook nogal wat snelheid omdat ik net twee andere fietsers had ingehaald. Wat ik niet zag, was dat terwijl de voetganger me steeds verder naar links duwde, er ook een fietser van links kwam. Er viel niet zo veel meer te remmen.

Aldus gebeurde het dus dat ik aan de andere kant van de fietser terecht kwam. Met fiets en al over hem heen geslagen, zo hard ging ik. Gelukkig ging het om een jongen, niet om een broos omaatje. Zijn fiets had schade (maar goed, hij kwam van links en had mij ook niet gezien) en mijn knie doet nog steeds zeer en gaat waarschijnlijk nog veel blauwer worden.

Bij dezen neem ik dus terug dat fietsen zo lekker veilig is. Snelheid is altijd gevaarlijk. Aan de andere kant: harder dan 30 kan ik nooit gegaan zijn en er was niemand dood. Laat ik dan vooral terugnemen dat ik inmiddels zo leuk vooruit kan kijken. Een ongeluk blijft in een klein hoekje zitten, in het verkeer is het opletten geblazen.