Zojuist pluk ik de nieuwe Uitvreter uit mijn postbus. En ook dit keer staat er in het vakblad van de Nijmeegse neerlandici een column van mij.

Hoe selexyz zichzelf kan redden

Even voor de duidelijkheid: aan ons ligt het niet. Dat selexyz in zwaar weer verkeert hebben ze puur en alleen aan zichzelf te danken. Deze column heet niet ‘hoe we selexyz kunnen redden’, maar ‘hoe selexyz zichzelf kan redden’.

Selexyz heeft zelf ooit stom gedaan. In 2002 hadden ze de kans om Bol.com over te nemen voor het luttele bedrag van 200.000. Waarschijnlijk dachten ze dat het zo’n vaart niet zou lopen met de online boekverkoop. Ze hadden het mis. Oud-directeur Matthijs van der Lely noemt het de stomste fout uit zijn leven. ‘Ik denk er nog iedere dag aan.’ Tja.

Inmiddels heeft Bol.com selexyz redelijk leeggevreten. De meeste mensen bestellen hun boeken direct online. De mensen die naar selexyz komen, grasduinen wat in de boeken die er liggen. Maar als het boek dat ze willen hebben er niet is, gaan ze naar huis en bestellen ze het op internet. Bij Bol.com, niet bij selexyz.nl.

Als je de zaken zo bekijkt, is selexyz ten dode opgeschreven. Maar volgens mij hoeft selexyz nog niet te sterven. Met de volgende twee punten in het achterhoofd moet het goed kunnen komen.

1

Selexyz heeft ook een webwinkel. Het probleem is alleen: volgens mij weet niemand dat die bestaat. Ligt het boek niet in de selexyz? Dan ga je naar huis, naar Bol.com, en de volgende dag heb je het in huis. Om dat te voorkomen zou selexyz hun webwinkel beter bekend moeten maken.

Nog mooier zou zijn: een pilaar in de winkel, waar je op een makkelijke wijze (dus geen metalen toetsenbordjes met een vage bolmuis graag) een boek kan bestellen bij de webwinkel. Eentje waar je gelijk kan pinnen. Want dan heeft het bestellen bij seleyxz gelijk een voordeel: ik hoef niet meer te onthouden dat ik thuis naar Bol.com moet gaan, ik regel het direct in de winkel.

Door verzendkosten en levertijden gunstiger dan Bol.com te maken kan je zelfs de mensen die niet naar de winkel komen paaien. Mijn moeder koopt nu bij Cosmox, want daar verzenden ze gratis. Ik bedoel maar.

2

Haal de klanten terug naar je winkel. Als seleyxz heb je iets wat Bol.com niet heeft: hele mooie winkels. De Verwijs in Den Haag en de Dominicanen in Maastricht zijn winkels waar je wil zijn. Selexyz moet wat dat betreft Apple achterna: Apple Stores zijn toeristische attracties. Ik weet niet of het je lukt om een boek weer even hip te maken als een iPad, maar er zit wel degelijk potentieel in. Een Apple Store voelt als een kerk: je hebt het gevoel dat je erbij hoort. De selexyz in Maastricht ís een kerk, wat mist is de verbondenheid.

Laatst droeg ik teksten voor in de selexyz dekker vd vegt. Het was boekenweek en via Wintertuin hadden ze Nijmeegse jonge schrijvers gevonden. Er kwam geen hond, de mensen bleven een beetje langs de kasten met boeken staan, een drietal kwam op de gratis hapjes en wijn af. Selexyz heeft nu nog geen naam als podium, maar dat kan komen. Wie wil er via Bol.com een gesigneerd boek bestellen? De lol is er dan wel een beetje af. Selexyz heeft die fysieke ruimte al: benut die.

De bal is aan selexyz: zet een winkel neer waar we willen zijn, waar we ons boek vinden of de volgende dag in huis hebben. Zoals ik al zei: aan ons ligt het niet. Wij komen wel.

11 april 2012, column met 0 reacties.

Vandaag merkte ik dat de nieuwe Uitvreter weer in mijn brievenbus lag. Ook dit keer bevat het blaadje van de Nijmeegse neerlandici een column van mijn hand. Het is iets minder een mening en iets meer een anekdote, maar dat mag ook in columns, geloof ik. En omdat ik het de vorige keer ook gedaan heb, zet ik hem nu hier online.

Weet je wat jij later moet doen?
Ook 9292ov.nl maakt fouten en dus loop ik door de ijskoude wind terug naar de vorige halte. Ik heb de gewoonte om ter plekke op mijn telefoon op te zoeken waar ik moet zijn. Het bleek dat ik had moeten uitstappen bij de halte waarvan ik dacht: ‘je zal hier maar moeten uitstappen.’
Het is voor het eerst dat ik in Amsterdam IJburg ben. Dat mag slecht heten, want mijn broertje woont hier alweer een jaar. En ook vandaag ga ik niet op bezoek. Vandaag ga ik naar opnames voor een programma met Frank Evenblij. ‘Met spoed gezocht,’ stond er in het mailtje, en dat ik een maaltijd zou krijgen. Eten, daar doe ik het voor.

Het programma wordt opgenomen in Blijburg. Het blijkt een soort gecommercialiseerde krakersenclave te zijn, een strandhut met tapbier. Ik loop er eerst een rondje om. Aan de achterkant vraagt een vrouw of ik iets zoek. Ik noem de naam van het castingbureau. ‘Ja, kom maar mee,’ zegt ze en ze gaat een deur binnen. Ik schud wat handen en neem plaats in een hoek met banken en een haardvuur onder een omgekeerde trechter. Ik pak een boek. Figurantenwerk is wachtwerk.

Na een tijdje spreekt de jongen naast me me aan. Hij doet dit vaker. We hebben het over zijn filmcarrière. Daarbij noemt hij namen waar ik nooit van gehoord heb. ‘Die ken ik persoonlijk,’ zegt hij dan.
Als hij vraagt wat ik doe, zeg ik dat ik Nederlands studeer. Ik verwacht dat hij begint over lesgeven, zoals altijd, maar dat blijft uit. ‘Wat kan je daarmee dan?’
‘Nou, veel mensen denken dat je dan leraar Nederlands wordt,’ begin ik, ‘maar dat hoeft dus helemaal niet.’ Ik zie aan zijn gezicht dat hij geen flauw idee heeft. ‘Ik schrijf veel,’ zeg ik dan maar.
‘Dat is superlastig!’ weet hij. Hij begint een verhaal over zijn oom, die ook schrijver is. Iedereen weet wat er in de Tweede Wereldoorlog gebeurd is, maar niemand weet wat er toen gebeurd is in Suriname. Ik beaam dat. Hij vertelt over een gezonken schip een Surinaamse baai.
‘Maar schrijven is superlastig,’ zegt hij weer. ‘Als schrijver moet je precies uitzoeken hoe iets is gebeurd, voordat je het op kan schrijven.’ Als ik dat nuanceer walst hij vrolijk door op andere dingen.
Op een gegeven moment gaat het over taal. ‘Eén wereldtaal, dat zou handig zijn,’ stelt hij. Ik bega de fout om daarop in te gaan en uit te leggen waarom dat eigenlijk nooit gaat gebeuren. Het is onbegonnen werk.
Als ik een paar onderwerpen later uiteindelijk een punt maak roept hij dat hij het zó heeft geleerd op school, op een manier alsof ik hem persoonlijk heb aangevallen. Daarna probeer ik het gesprek maar een beetje dood te laten bloeden.

‘Maar jij studeert Nederlands hè?’
‘Ja.’
‘Weet je wat je dan moet doen? Dat is ook wel heel belangrijk. Van die kaarten, hoe heten die? Wenskaarten! Wat daar op staat, van “Beterschap” enzo. Daar moet je best goed over nadenken hoor.’
Het duurde nog lang voordat de opnames begonnen.

3 februari 2012, column met 0 reacties.

Gister lag De Uitvreter bij alle Nijmeegse neerlandici op de deurmat. En dit studiejaar heb ik een column in het opleidingsblaadje. Zonder overleg met de redactie is hij ook hier te lezen. (En ze vonden me al zo lastig.) Nummer 1 van 4, als ik het niet te bont maak.

Heftige discussie over Jakobson
Het zijn woelige tijden. Als student worden we geacht om keihard te studeren. Met zo’n boek enzo. Naast boeken lezen mogen we best wat plezier maken, als dat maar gebeurt in De Vereeniging of op een andere culturele plaats. Er zijn er die zelfs vinden dat we ook voor ons plezier boeken moeten lezen.

We doen ons best. We lezen net genoeg om onze tentamens te halen en leren net die paar moeilijke woorden uit ons hoofd om onze ouders thuis een plezier te doen. Zo komen we er wel door.

De enige plek waar we echt onszelf kunnen zijn is Facebook. Of wie wil, Twitter met een slotje. Daar kunnen we gewoon volmondig toegeven dat we gisteravond in de Twee Keer Bellen waren, hoewel we ons daar niet veel meer van herinneren. Daar kunnen we vragen of iemand onze jas heeft gezien en van wie dat oranje ding aan de kapstok is. Op het internet kunnen we onze ware aard tonen. Tenminste, tot voor kort.

Want uit het niets melden ouders, ooms en tantes, misschien wel oma’s en opa’s zich aan op Facebook. Vooral aan die ouders ontkom je eigenlijk niet. Je ouders accepteren is iets wat je sinds het einde van je puberteit weer doet, dus prompt staan ze in je vriendenlijst. Wat nu?

Het is tijd voor een codetaal die ons imago hoog houdt. Vanaf nu moeten we het niet meer hebben over een avondje stappen, maar over ‘een diepe discussie over literatuur’. Hoe dieper de discussie, hoe groter de kater, je snapt de beeldspraak.

Een discussie over Barthes, wijst op bier. De dood van de auteur en de dood van het bier, wat maakt het uit. Wie het over Bourdieu heeft gehad, zat flink aan de wijn, waarschijnlijk bordeaux ofzo, maar van mij mag je dat best wat ruimer opvatten.

Jakobson lijkt me uitstekend om Johnny Walker aan te duiden. Jakobson had het over de verschillende functies van taal, die allemaal verwezen naar een bepaald aspect van de communicatie. De discussie kan gaan over de gerichtheid op de boodschap zelf (pure whiskey), over gerichtheid op de context (whiskey-cola) of juist op het medium (on the rocks, want glas en ijs zijn allebei doorzichtig).

Voor de rest van het assortiment van de Tio Pepe zijn nog auteurs te bedenken. Met een beetje creativiteit komen we er wel uit met z’n allen. Ik zou een statusupdate als deze rustig op Facebook durven zetten:

Sebastiaan Andeweg Gisteravond een geweldige discussie gehad over Barthes, maar uiteindelijk kwamen we toch weer uit bij de dood van de auteur. Toen zijn we maar overgestapt op Jakobson, maar we hebben ons teveel op de boodschap gericht. Er had meer context bij gemoeten! Heb er nog hoofdpijn van.
Vind ik leuk · Reageren · 15 minuten geleden

11 november 2011, column met 0 reacties.
Seblog is het weblog van Sebastiaan Andeweg. Hij zet er dingen op, maar ook verhalen en zines.