De Nieuwe Bijbelvertaling begint, zoals bekend, met de volgende woorden:
In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.
God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht.
Sommige mensen zien dit als het begin van de wereld. Hier schept God de substantie, alles wat er is in de wereld en vanaf hier begint de tijd. Tegenwoordig gaan ook veel mensen daar tegenin: er was een oerknal die de wereld maakte. In dit stuk wil ik laten zien dat deze tekst en die oerknal elkaar niet uitsluiten. Lees verder »
